OMA

OMA

Verhalen, plezier, geduld en vooral wijsheid.
Dat zijn de woorden die bij mij opkomen als ik aan mijn oma terugdenk.

Op haar oude dag zette ze haar huis voor haar dochter met kinderen open.
Wij hadden reuze met haar geboft. En zij met ons.
Zij was erg doof, kon ook niet goed met het microfoontje van haar gehoorapparaat overweg en verstopte dat onder haar blouse, zodat niemand het kon zien.
Het resultaat daarvan was dat het kraakte en suisde in haar oren.
Later kreeg ze een moderne uitvoering: in beide oorschelpen, dat was een hele vooruitgang.
Maar met zes kleinkinderen om je heen, wordt het wel eens te druk met al dat gekwebbel.
Op een keer vroeg ik haar of ze het niet vervelend vond om doof te zijn. Haar antwoord luidde: “Nee, heerlijk juist, als het te druk wordt, zet ik gewoon mijn geluid af”.
Ze wist een handicap om te buigen tot een zegen.
Alle verhalen vernam ik uit de eerste hand.
Pas jaren later realiseerde ik mij dat het allemaal geschenkjes waren.
Dat ze haar tijd ver vooruit was en het leven aanvaardde zoals het kwam; dat zat gewoon in haar natuur.
Ik was de enige van het gezin die nog niet aan het arbeidsproces deelnam.
Als ik ’s middags uit school kwam mocht ik oma uit haar middagslaapje wekken.
Dan gingen we samen vijf potjes dammen met wel vijf kopjes thee en de daarbij nooit ontbrekende kaneelbeschuitjes.
En onderhand was het vertellen geblazen bij oma, zodat ik ongemerkt heel wat opstak van haar mening over de tijdgeest en hoe zij daarmee omging.
En ik maar doorvragen: “En toen, oma?”.
Zij genoot van mijn belangstelling en ik genoot van haar humor.
Al op heel jonge leeftijd moest oma in haar eigen onderhoud voorzien.
Ze begon een “fijnstrijkerij”.
De strijkijzers moesten al vroeg in de ochtend van hete kooltjes worden voorzien.
Hoe ze met die ouderwetse ijzers uit de voeten kon blijft voor mij een raadsel.
Hoe strijk je zijde en kant, katoen en gesteven boorden, zonder dat je de temperatuur kunt instellen?
Voor het bezorgen van pas gestreken gordijnen zonder kreukels bij de cliënten had ze een ingenieuze methode bedacht: ze werden over een grote stok gehangen en dan, armen wijd, over straat vervoerd. Nee, niet met de tram, gewoon lopend!
Als het zomer was en haar personeel vroeger naar huis wilde dan kon dat, mits de opdrachten van die dag waren volbracht. Al in 1920 hadden ze variabele werktijden, alleen werd het zo toen nog niet genoemd.
Soms kreeg het personeel als extra beloning ananas met slagroom. Kom daar nu maar eens om!
Het verkeer werd steeds drukker. Haar grond werd onteigend, want er moest een brug worden gebouwd.
Gelukkig kon ze een ander huis terugkopen, maar haar zaak was ze kwijt.
Achter het nieuwe huis stond een stenen werkplaats, die verhuurd werd.
Die werkplaats is een verhaal apart.
In de oorlog deed de ene helft dienst als donkere kamer voor een fotograaf en de andere helft werd gebruikt als paardenstal voor opa.
Het tussenschot was nogal wankel en de fotograaf stond soms, tijdens het ontwikkelen van de foto’s, met zijn voeten in de paardenpies!
Later heeft deze werkplaats zijn diensten op nog veel meer manieren bewezen.
Eerst als loodgieterwerkplaats.
Vervolgens kwam er een productiebedrijfje, waar veertjes op hoeden werden gelijmd. Daar stond ik dan met mijn neus bovenop, zo nieuwsgierig als ik was. Als ik er aan terugdenk, ruik ik nog die lijm.
Daarna kwam er een fietsenopslag.
En als laatste een timmermanswerkplaats.
Dat noem ik nog eens creatief zaken doen!
Waar ik veertig jaar geleden van droomde is nu werkelijkheid geworden.
Het is nu een studio, waar het goed toeven is.
Echt een lief huisje, met uitzicht op de binnenpatio.
Het heeft een eigen ingang en is voorzien van douche, keuken en toilet.
Alles in pocket formaat.
Oma verkocht haar huis aan mijn moeder.
Nu werden de rollen omgedraaid en woonde oma bij ons in.
Ze hield een eigen woon- en slaapkamer, zodat ze zich kon terugtrekken als ze dat wilde.
We waren allemaal dol op haar, terwijl ze echt niet zo’n zacht persoon was; maar ze was rechtvaardig en mild, en dat vergoedde alles.
Ze is 92 jaar oud geworden, net als mijn moeder.
Twee sterke vrouwen.
De geschiedenis heeft zich herhaald.
Mijn moeder werd ook oma en in die rol vond ik haar geweldig!

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
VOOROUDERS
 

VOOROUDERS

Bij fotograferen gaat het om licht, bij schrijven om emoties.
Het zou mooi zijn als het samen kon gaan.
In mijn familie heeft iemand de stamboom uitgezocht, hij noemt zichzelf dan ook "stamboomvorser".
Hij wil nu een tweede boek uitgeven, aangevuld met foto's.
Laat ik nu fotograferen als hobby hebben.
Maar voor een stamboom kan je alleen met oude prenten werken, dus moest ik leren scannen. Leve het digitale tijdperk.
Ik heb zelfs een foto uit 1896 ontdekt. De kwaliteit laat misschien te wensen over, maar beter iets dan niets.
En dan al die kinderen die ze kregen in die tijd! Er kwamen er wel veertien! Vier daarvan zijn op jonge leeftijd overleden.
Arme overgrootmoeder...
Mijn overgrootvader werd weduwnaar.
Hij huwde op 66-jarige leeftijd opnieuw met een 60-jarige weduwe, die zelf vijf kinderen meebracht.
Twee van haar dochters huwden met twee zonen van mijn overgrootvader.
Ze werd "madame" genoemd, omdat ze met haar gelakte laarsjes de stal stond schoon te maken.
Dit stel heeft nog hun vijfentwintigjarige huwelijksfeest gevierd. De liefde zal hen jong gehouden hebben.
Het ging niet zo goed met het "boeren" en ook niet alle kinderen konden op de boerderij werken.
Toen mijn opa aan zijn vader vroeg of hij het aan de muur hangende paardenhoofdstel van hem kon kopen, kwam als antwoord: Hoe hij het in zijn hoofd haalde, het kon goed zijn dat hij nog eens "voor zichzelf" wilde beginnen en dan had hij niets meer. En dat op tweeënnegentigjarige leeftijd!
Mijn oma was het achtste kind.
Nadat het negende kind geboren was, stierf haar moeder ten gevolge van kraamvrouwenkoorts. Oma was toen één jaar oud.
Ze heeft tijdens haar leven heel wat stormen getrotseerd, maar haar grootste verdriet was toch wel dat ze haar moeder nooit gekend had.
Overgrootvader was een heel gevoelige man en hij kon na deze gebeurtenis niet meer goed praten.
Wat doe je met negen kinderen zonder moeder? Hij wilde ze niet in een tehuis onderbrengen.
Toen heeft hij zich over zijn schoonzus ontfermd, die weduwe was met vijf kinderen. Zijn streven was de kinderen bij elkaar te houden.
Die "tante" was niet echt aardig. Kon ook niet. Het was een verstandsverhouding.
Gelukkig was overgrootvader een gerespecteerd man bij de Topografische Dienst van het Ministerie van Oorlog.
Mijn oma heeft zich later over hem ontfermd en tot zijn dood voor hem gezorgd.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
HEROPVOEDING
 

HEROPVOEDING

Als klein kind moest ik éérst wijzen en daarna floepte ik er van alles uit.
Mijn familie hield dan altijd het hart vast… Wat gaat ze nu weer zeggen?
Zo kwam er eens een donkere, oude man tegenover mijn moeder en mij in de tram zitten.
En je kon er op wachten: het vingertje van deze driejarige, en: “Kijk mam, precies een aap”.
Mijn moeder zat zich uiteraard plaatsvervangend diep te schamen.
Heel vervelend, maar zulke dingen gebeurden.
Toen ik voor het eerst in mijn leven een lilliputter zag: “Kijk, een klein mensje”.
Het zat in mijn karakter en ik heb het niet af kunnen leren.
Op twaalfjarige leeftijd was het nog precies hetzelfde deuntje.
Tot in lengte van jaren hebben wij onze vroedvrouw als een soort “tante” thuis ontvangen.
Zij heeft alle (thuis) bevallingen van mijn moeder begeleid.
Ze was en bleef vrijgezel, maar ze was beslist niet tuttig en beschouwde ons bijna als familie.
Ze had handen als kolenscheppen, maar die handen hadden nieuw leven “gehaald” en gekoesterd.
Haar schoenmaat was te vergelijken met die van een manspersoon, schoeisel moest haar speciaal worden aangemeten.
Zo grof als ze gebouwd was, zo zacht was ze van binnen. Ze was dol op ons en wij op haar. Ze maakte veel uitstapjes met ons hele gezin.
Ze was nogal excentriek en toen ze op een keer op bezoek kwam met zo’n extravagante hoed op, kon ik het niet nalaten om -ja hoor- weer eerst te gaan wijzen, om daarna gierend uit te roepen: “Die hoed!”.
Ze werd er niet eens boos om. Dat was mooi meegenomen. Ik kreeg veel krediet.
Ooit heb ik eens een artikel gelezen van een psycholoog, waarin werd uitgelegd dat dit te maken heeft met de rangorde in het gezin.
Volgens die uitleg zou ik altijd de “gaatjes” in de gesprekken vullen, om maar meegeteld te willen worden. Altijd tussen haakjes of achter de komma praten.
Er schuilt natuurlijk een kern van waarheid in.
Zelf, eigenwijs als ik ben, hou ik het erop dat het een kwestie is van karakter.
Mocht je thuis zijn zoals je was, bij het moederschap kom je jezelf regelmatig tegen.
Zelf kwam ik uit een gezin met zes meisjes.
Het werd een kwestie van vanuit een vrouwenwereld terechtkomen in een mannenwereld, want ik werd gezegend met drie jongens, inmiddels mannen van formaat.
De oudste heeft dat extraverte van mij. De andere twee zijn introvert. Drie totaal verschillende denkwerelden, maar boeiend.
Alles moest door mij weer opnieuw aangeleerd worden.
Wat niet door hen gezegd werd, moest worden doorgevraagd, anders kreeg je niets te horen.
Kritiek in je vraag vermijden.
Eerst naar het waarom vragen, als het dan geen smoes bleek, hoefde dat korte lontje niet te ontbranden.
Eerst nadenken en dan pas handelen.
Alle goeie raad overboord gooien. Alle fouten laten maken. Ervaring is tenslotte de beste leermeester.
Wederzijds het incasseren van ongezouten kritiek. Van je hart geen moordkuil maken.
Wie voedt nu wie op?
Ik weet dat ik van mijn kinderen veel meer geleerd heb, dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.
En zij van elkaar.
Ze zijn inmiddels opgegroeid tot stabiele mensen, die weten waar ze voor staan.
Met alle fouten die ik heb gemaakt, kan ik alleen maar zeggen: Ik heb mijn best gedaan.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
GOEIE DOELEN
 

GOEIE DOELEN

Als ik nu ergens een ongelooflijke hekel aan heb dan zijn dat die goeie doelen.
Meestal is het de kapstok waaraan een goed doel wordt gehangen. Een motief om een feestje te bouwen.
Een reden om de zakelijke banden aan te halen. Dan gaan de zaken beter gesmeerd.
Het doel heiligt de middelen.
En wat voor een doel.

Het werd een werkgroep voor de Stichting Terre des Hommes. Omdat ik wist dat er fantastische projecten van de grond kwamen. Geen bodemloze put, maar structurele hulp op kleine schaal.
Wat moet je je daar bij voorstellen? Er wordt een geldlening verstrekt voor een kippenfarm of een forellenvijver, dan wordt dit door de lokale bevolking gerund en met de winstopbrengst kan dan worden afgelost. Goed voor het zelf-initiatief, goed voor een eerzaam gevoel.
Een eenvoudige oplossing voor een immens probleem.

Kinderen krijgen weer een toekomst omdat ze van de straat worden gehaald en een echt vak leren.
Ook het sponsoren van een heel dorp, door middel van een pomp, was heel gewoon. De vrouwen moesten leren hoe je zo'n pomp onderhoudt, tenslotte waren zij de eersten in de lijn van de noodzaak voor het verkrijgen van water.

En hier dan al die materiële welvaart. Niet dat ik me er schuldig onder voelde. Integendeel, ik had er hard voor gewerkt en gespaard.
Toch moesten we hier iets doen voor dáár.

Organiseren is voor mij een favoriete bezigheid, dus met een aantal leuke mensen werd er een werkgroep opgericht. Dat heb ik geweten. Je begint ergens aan, maar kunt het geheel niet overzien.
We waren niet te stuiten. Was het niet op braderieën "kramen" met verkoop van spullen uit ontwikkelingslanden, dan wel een week lang collecteren, of lezingen geven op scholen.

Omdat niet iedereen de gave van het woord bezat, moest er iets worden verzonnen voor de presentatie in de werkgroepen. Het was te gek voor woorden om een lezing te geven met vijf dia's in een leeg sigarettendoosje!
Een afgestudeerde jongeman van de foto- en filmacademie werd gevraagd iets voor een goed doel te willen doen.
Ja hoor, vijfendertig werkgroepen kregen allemaal een diapresentatie om hun lezing te ondersteunen. Video's of dvd's hadden vijfentwintig jaar geleden nog niet hun intrede gedaan.

De voorpret is ook altijd leuk. Dachten we.
De toegewezen ruimte moest worden aangekleed.
Dus werden in onze garage met een diaprojector grote druppels (logo) geprojecteerd. Decoupeerzaag erbij en verven maar.
De discoavond werd een grote flop, er kwam geen hond opdagen. Toch een verkeerde inschatting gedaan.
Ook met de georganiseerde dansavond speelden we quitte.
Dat moest toch anders kunnen... Wisten wij veel van sponsoring?? Niets dus.

Een grootst opgezet dorpsevenement had alleen maar kans van slagen met medewerking van de Gemeente.
Waar haal je de ruimte en de mensen vandaan? Hoe pak je zoiets aan? Wat vinden de mensen leuk? Hoe lang ben je met plannen bezig en zijn die wel te verwezenlijken?

Het plan kwam er.
De burgemeester moest in een luchtballon, goed voor de publiciteit. Ego genoeg, die wilde wel.
De wethouder opende de tentoonstelling. Je moet tenslotte wel uitleg over de Stichting geven.
De hobbyclub van Oldtimers kwam de boel opfleuren, lekker veel bekijks.
Een dixielandband speelde de sterren van de hemel.
Ook een kinderkermis en een rit met een huifkar was voor jong en oud aantrekkelijk.
En niet te vergeten een modeshow met Indonesische klederdrachten. Die kwamen van zo'n grote afstand en met zoveel, dat de standhouders vol liefde met bordjes vol lekkernijen kwamen aandragen.
Met groot lef speelde ik voor één keer veilingmeester en verkocht een wandkleed bij opbod.

Waar haalden we al die broodnodige mensenhanden vandaan?
Scholieren en scouting genoeg. Maar hoe stond het met de volwassenen?
Op een avond had ik een lezing bij de Rotaryclub. Een beetje verbale uitdaging konden die heren wel gebruiken.
Het resultaat was er. Tot mijn grote verbazing hielden ze woord. Op die dagen werden met opgestroopte hemdsmouwen vlonders gesjouwd, alsof het voor hen dagelijks werk was.
Mijn dankbaarheid heb ik dan ook niet onder tafels en stoelen gestoken!

Zo werden hobby's, creativiteit en organisatietalent gebundeld.
Tot in lengte van dagen zijn de overige werkgroepen ons nog dankbaar geweest voor dit initiatief.
Alle opgedane kennis en presentatiemateriaal werd over en weer gebruikt.
Nu wist iedereen wat structurele hulp op kleine schaal was.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
WERKEN
 

WERKEN

De eerste dag in het verzorgingshuis was een feest.
De senioren konden kiezen tussen een schoonheids- of een pedicurebehandeling. Voor de smallere beurs een manicure.
Daarnaast werd ik ook voor het eerst geconfronteerd met psychiatrisch-geriatrische patiënten. Dat was wat!
Om de introductie op te vrolijken had ik op zeepjes in de vorm van voetjes in de allerliefste kleuren getrakteerd. Zó leuk, in een cellofaanpapiertje met een strikje en visitekaartje. Mooier kon niet. Allemaal graaien in het mandje. Wat een verrassing.
De zeepjes waren zó aantrekkelijk dat ze direct in de monden verdwenen. Schuimbekken gebeurde nog net niet, want het verplegend personeel greep op tijd in.

Toch was het een bijzondere ervaring, omdat ik, ondanks mijn witte jasje, niet als eng werd beschouwd.
Ik zong van "Mijn gomme, gomme, gommetje, wat heb je voor mij meegebracht" en vulde iedere keer weer een andere fantasie in. Zoals "Een mand met rode appels"of iets van die strekking.

Eén patiënt werd daar binnengebracht met een zware verwaarlozing van zeker tien jaar! De nagels waren als wenteltrapjes naar boven gegroeid.
Voor de zekerheid toch maar de verpleegarts erbij gehaald. Op mijn verzoek ging ik onder zijn supervisie voorzichtig aan het werk.
Het heeft zeker twee uur geduurd. Geen krimp, geen pijn. Geruststellende woordjes gefluisterd... De klus was geklaard.

Ook was er een dame die absoluut niet kon blijven zitten. In het ronde gebouw moesten de zusters haar dan weer, als ze de bocht omkwam, opvangen en naar mijn kamertje loodsen. Het geronnen bloed stond onder de nagels, die meer weg hadden van klauwen. Ik leek wel een timmerman met mijn freesapparatuur. Zonder die verpleegsters erbij was dit mij zeker niet gelukt.

Een lieve, bijna blinde, dame wist niet wat ze te eten had gekregen, toen ik haar vroeg of het gesmaakt had. Die vette lappen had ze er maar tussenuit gehaald maar het gehakt wel opgegeten, zei ze.
Wat weet iemand van tweeënnegentig jaar, die gewend was aan stamppot, nu van lasagne ...?

Een andere dame van diezelfde leeftijd had een brief naar de Gemeente geschreven op haar computer.
Mocht de Gemeente denken dat ze achter de geraniums zat, vergeet het maar.
Waar ze dan wél achter zat? Achter de computer. Maar áls ze dan achter die geraniums ging zitten had ze een lelijk uitzicht op een zandberg met stenen. Wat daarvan de bedoeling was.
Het heeft drie maanden geduurd voordat ze dit antwoord kreeg: "Het zou worden uitgezocht"...!

Hoewel ver in de minderheid waren de mannen ook vertegenwoordigd.
Hoe ouder ze worden, hoe meer ze zichzelf ontmaskeren. Het ego gaat dan steeds meer een ondergeschikte rol spelen. Wat jarenlang is opgebouwd, omdat ze nu eenmaal zo in elkaar steken, wordt nu in een rap tempo afgebroken. Zachtmoedigheid krijgt de overhand en dat maakt ze dan weer zowel kwetsbaar als aardig.
Vaak hebben we wat afgelachen.

Een man met een Michelin-buikje en worstenvingers, had jaren zijn nagels met een heggenschaar geknipt.
Uit betrouwbare bron had ik vernomen dat zijn bijnaam "bintje" was, met ogen als kleine pitjes in een rond lief gezicht. Geen haar op zijn hoofd.
Nu pas gaf hij toe er niet meer zo gemakkelijk bij te kunnen. Het drogen tussen de tenen bleef een probleem. Nou, dan koopt u toch een föhn, heeft u geen handdoek meer nodig. U gaat naar een winkel en als er gevraagd wordt of het voor een cadeau is, zegt u dat het voor uzelf is. En dan wordt er naar uw grote kale hoofd gekeken. Als u dan ook nog gaat uitleggen dat het niet voor het haar is dat u niet heeft, maar voor de tenen, denken ze dat u rijp bent voor opname in een kliniek.
We hebben samen geschaterd!

De verlamming bij een mens werkt niet alleen door in het lichaam, ook in het hoofd.
Je wilt iets, maar het gaat niet. Je pakt iets, maar het valt.
Als je het dan ook niet kan aanvaarden, heb je er een probleem bij.
De nagels van een dame priemden diep als mespunten in haar verlamde hand, die met gebalde vuist in haar schoot lag. Dát moest het zijn, de boosheid gaf er een verkramping bij.
Toen heb ik haar uitgelegd dat ik makkelijk praten had, maar dat die hand er toch echt niets aan kon doen. Een telefoondraad van en naar de hersenen was afgesneden zodat de boodschappen niet meer ontvangen konden worden. Daar hielp geen lieve moedertje aan.
Wat wel hielp was er anders naar te gaan kijken. Die handen hadden getroost en gewerkt, verzorgd en gekoesterd. "Zie het als een gehandicapt kindje, daar doe je ook niet lelijk tegen, dat kan er ook niets aan doen dat het niet optimaal functioneert."
Geloof het of niet, na een zachte massage, vinger voor vinger, leek het alsof de hand de boodschap begrepen had. De vuist ontspande en de handen kregen eindelijk rust.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
BOUWEN
 

BOUWEN

Getuige zijn van de bouw van een ziekenhuis is een hele ervaring.
Als jonge blom in een mannenwereld van architecten en aannemers.
Gelukkig had ik geleerd om met allerlei mensen om te gaan. Ik was dan ook niet geïmponeerd. Integendeel, ik genoot er stiekem enorm van.
Twee keer per week vergaderingen bijwonen en vastleggen. De heren waren wel zo vriendelijk zelf de koffiekannen te hanteren.

Het moeilijkste voor de directeur-geneesheer was het "ja" zeggen tegen het ontwerp.
De architect: "Tja, dat is nu het verschil tussen een arts en een architect: de mislukkingen van een architect, daar moet je dan nog dertig jaar tegen aankijken. Maar de mislukkingen van een arts, dié verdwijnen onder de grond!" Blijf daar maar eens koel onder.

Het ontwerp werd geaccepteerd en binnen het budget gebouwd. Een prestatie van de eerste orde.
Bouw maar eens een ziekenhuis met een keuken zonder kok: de maaltijden zouden komen van een bekend cateringbedrijf en daarna in heteluchtovens verwarmd.
De keuken moest ook "hangend"zijn. Daar hadden ze nog nooit van gehoord!
Nou, dan gaan we gewoon eens naar reeds toegepaste technieken kijken. Een snoepreisje gaf de doorslag.
En dan vaste vloerbedekking! Met al die smurrie, bloed en andere vlekken. Dat was toch niet mogelijk. TNO bracht uitkomst. Er werd gedemonstreerd en getest en de heren waren "om".
Ook kwam er een centrale stofzuiginstallatie. Slang in de muur en klaar is Kees.

Natuurlijk werd er uitgebreid geluncht en stond er twee keer per jaar een uitje voor de directie met de mensen van de werkvloer op het programma. Ze hadden goed door dat dit werkte. Ik mocht dan die dagen organiseren en ik kon mij daarin naar hartenlust uitleven. Geld speelde geen rol. Was gewoon een Onkostenpost.

Om de bouwvorderingen te controleren moest de zaak ter plekke in ogenschouw worden genomen. Zie je het voor je? Ik was goed gemutst - met helm - en had elegante laarzen aan. Daar ging ik door de blubber. En natuurlijk geïnteresseerd knikken als er uitleg gegeven werd. Bij hoogtepunten, zoals het slaan van de eerste paal en bij het bereiken van het hoogste punt, je raadt het al: alweer een feestje.

De directeur van het bouwbedrijf was klein van postuur en had een daarbij behorende omvang. Sjiek gekleed en zeer aimabel in de omgang. Toen ik zwanger was van mijn eerste kind gingen we regelmatig met een centimeter onze buikomvang meten en vergelijken! Kun je je dat in deze tijd voorstellen? Het zou worden uitgelegd als "ongewenste intimiteiten". Maar wij hadden er gewoon plezier om, zonder enige bijbedoelingen. Nooit heb ik mij onzeker of opgelaten hoeven te voelen in hun aanwezigheid.

Bij mijn afscheidsdiner werd zowaar een zaaltje in een Kasteel afgehuurd. Met pianist! Zo'n geweldig afscheid had ik niet verwacht.

Precies twee weken voordat het ziekenhuis definitief werd opgeleverd, werd mijn oudste zoon geboren. Het zou nog leuker geweest zijn als dit in "mijn" ziekenhuis was gebeurd, maar zó exact liet de natuur zich niet dwingen.

Natuurlijk moest ik met mijn baby onverwachts op bezoek gaan tijdens een van de laatste vergaderingen.
Ze hadden maanden tegen een dikke buik aangekeken, nu wilde ik trots mijn eersteling laten zien. Nooit meer in mijn leven heb ik zoveel vertederende blikken tegelijkertijd gezien!
Het ziekenhuis staat er nog steeds. Het ontwerp was gewoon goed en tijdloos.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
MENSEN KIJKEN
 

MENSEN KIJKEN

Wat is mooier dan op een terras zitten en kijken ... goed kijken.
De meest mooie jonge mensen, gekleed in de laatste trendy outfit, komen voorbij.
Wij waren vroeger toch niet zó mooi? Misschien wel, maar dan niet zo rijk gekleed met alle bijbehorende frutsel- en friemel-accessoires of met een grote zonnebril van een duur merk.
Zelfs oude mensen blijven er jonger uitzien dan voorheen. Sportief gekleed, kleurtje in het haar en gewapend met een charme waar de jonkies nog wat van kunnen leren.
Zelfs het tonen van genegenheid naar elkaar is nu acceptabel geworden. Steeds meer lopen de mensen op een veel natuurlijker manier hand in hand.
Enigszins verbaasd en verwonderd sla ik dit alles gretig gade.
Het meest interessante zijn de excentrieke types. Die hun hoofd boven het maaiveld uitsteken, zonder dat hun kop eraf gemaaid wordt.
Het kan gelukkig allemaal. Was dat voorrecht voorheen voorbehouden voor de grote stad, nu zie je het vrijwel overal. Kakelbont en alle stijlen door elkaar heen. Alles kan.
De "ordies" spannen bij mij de kroon. Luidruchtig met hun mobiel in de weer, geven zij de meest sappige details uit hun leven aan ons bloot.
Pasgeleden zag ik een nogal potige man, met gouden ketting en opzichtig horloge. Labeltje: Proleet. Ja hoor, het klopte.
"Die lulla's zitten allemaal op kantoor te niksen, daar worden ze niet voor betaald ..." aangevuld met krachtige patservloeken.
Aan zijn linkerzij zat een Filippijnse mooi te wezen. Die was alleen maar stil en keek gedwee naar hem op. Misschien verlangde ze wel hevig naar haar geboorteland, waar de mensen niet zo grof met elkaar omgingen.
Het waren drie lange, lelijke telefoongesprekken en het hele terras kon "meegenieten". Hij moest de volgende dag een moeilijke kwestie met zijn advocaat bespreken, had vandaag ook geen tijd om naar de zaak te komen. Het ging maar door ... Zo'n advocaat voor kwalijke zaken.
Al schreeuwend en scheldend liep hij met zijn mobieltje het terras af. Zijn vriendin volgde hem lijdzaam.
Naast mij zat een dame met een lief gezicht met een schitterend verzorgd hondje op haar schoot.
Zij had duidelijk heel andere zorgen aan haar hoofd. Ze zei dat háár grootste wens was dat het hondje eerder zou "gaan" dan zij. Al was het maar een dag eerder. Ze hield zoveel van het diertje dat ze niet met de gedachte kon leven dat hij alleen zou moeten blijven.
Ik had het diertje bijna op voorhand willen adopteren. Maar dit keer won het verstand van het gevoel. Het puntje van mijn tong afgebeten. Gezien mijn karakter was dat best moeilijk. Regel het maar met een goeie vriend of familielid, dacht ik.
Zo is dat in onze familie ook eens gegaan. Een oudtante kon niet meer voor haar hondje zorgen en is vooraf gaan regelen wat te doen met het lieve beestje.
Mijn zus heeft er nog jaren voor gezorgd en oudtante was zielsgelukkig te zien dat haar lieveling een goed tehuis had gekregen. Kon ze hem nog eens bezoeken. Het hondje sprong dan heel hoog op en was gek van blijdschap bij de wederzijdse warme begroeting.
Mijn ogen doen bijna zichtbaar zeer zo leuk vind ik het hoe de pientere peuters van nu zich gedragen.
Hoe ad-rem ze zijn en hoe ontzettend bij-de-tijd. Met welk gemak dat grut zich beweegt.
En met welk gemak ook de ouders ... Maar een stressfactor komt er wel bij kijken. Al die agenda's die getrokken moeten worden.
Zo'n telefoongesprek gaat over alle gaatjes die er niet zijn om nog eens bij elkaar te komen. Nee, de kinderen moeten naar zwemles of balletles gebracht worden. Door de werktijden staan wij ook onder druk. Een privé oppas is moeilijk te vinden, de meesten vragen tegenwoordig een behoorlijk uurloon. En ja, opa en oma komen twee weken oppassen, want samen zonder de kinderen op vakantie is echt nodig om een burnout te voorkomen. Druk, druk, druk ...
Dan zie ik steeds minder mensen met een gewone camera.
Bij een zomerse zonsondergang was ik verstild van ontroering met geconcentreerde blik aan het fotograferen. Nee maar, zie ik allemaal armen met mobieltjes in de lucht hetzelfde doen!
Ik werd ontzettend nieuwsgierig en kon het niet laten om aan iemand te vragen of ik eens mocht kijken naar het resultaat.
De man, aan wie ik dat vroeg, had een schitterend exemplaar van meer dan 5 miljoen pixels. Dat telefoontje deed niet onder voor mijn camera. Haarscherp, zijn opnames. Konden zo worden gedownload op zijn computer. Prima voor zakelijke doeleinden. Hij had een bloemenzaak. Dat verklaarde veel. Slim, aftrekbaar voor de belasting. Je zet hem gewoon op "zakelijk".
Misschien ga ik de vele voeten in mijn pedicurepraktijk wel vastleggen. Voor de diagnostiek, of gewoon voor de lol.
De twee hoogzwangere jonge vrouwen konden niet vermoeden dat ik vertederd werd door de aanblik van hun bolle buiken. De ene was duidelijk de aangeefster en de ander moest iedere keer weer schateren van het lachen. Samen op een bankje met een ijsje. Gewoon lekker genieten.
Vroeger zou ik het heel vervelend hebben gevonden om in mijn eentje op een terras te zitten. Wat daar de oorzaak van was wil ik niet eens meer weten.
"Ik zet gewoon een zonnebril op, dan ben ik incognito", was mijn verweer tegen mijn vriendin, die niet begreep waarom dat zo moeilijk voor mij was.
Nu is het mijn beurt om daar eens hartelijk om te lachen.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
VOETREFLEXZONETHERAPIE
 

VOETREFLEXZONETHERAPIE

Het begeerde vakdiploma van schoonheidsspecialiste had ik in mijn zak. Nu de cliëntèle nog.
Na een paar jaar kwam ik erachter dat dit toch een luxe behandeling was. Geen bittere noodzaak. Te vrijblijvend.
Ik zocht iets waar nooit de klad in kon komen. Maar daar moest ik wel weer een opleiding voor volgen.
Waren het voorheen gezichtsbehandelingen, nu moest ik "onderaan" beginnen.
Het werden dus voeten.
Bij de opleiding voor pedicure was ik zelf een keer aan de beurt om mijn voeten te laten behandelen.
Bij het belachelijke af kon ik de aanraking van mijn voetzolen niet verdragen. Er volgde een onbedaarlijke lachbui en mijn voeten trokken bij elke aanraking terug.
Het is te hopen dat jij niet zulke cliënten krijgt , was het commentaar van de juf. Daar kon ik het toen mee doen. Ik was letterlijk en figuurlijk onhandelbaar.
Toen wist ik nog niets af van voetreflexzonetherapie. Nu weet ik dat het overgevoelig zijn van de voetzolen te maken heeft met moeilijk iets uit handen geven, zelf de controle houden, vertrouwen leren geven.
Met deze ervaring in mijn achterhoofd ben ik op mijn hoede. Ik heb nooit onhandelbare mensen in mijn praktijk. Altijd leg ik eerst beide handen rustig onder de voetzolen: dat noem ik dan kennismaking.
Nooit heb ik kunnen vermoeden dat de cursus Voetreflex een schitterende aanvulling zou zijn op mijn huidige beroep van pedicure.
Over de therapie wil ik graag een paar misverstanden rechtzetten.
De staat van de voeten is verbonden met het algeheel welbevinden. Dat vraagt een omslag in het denken. Als mensen in mijn stoel komen vertel ik ze dat ze na de voetreflex totaal anders de stoel verlaten dan toen ze binnenkwamen. Bewuster over hun voeten gaan denken. Dat ze er zelfs van gaan houden. Dan moet je die verbaasde blikken zien!
Waren het voor mij in het verleden totaal onbelangrijke onderdanen, nu zijn het mijn grootste vrienden: stoplichten van de gezondheid.
Rood betekent stoppen in het verkeer. Dat geldt dus ook voor voeten. Als ze rood zijn, heb je teveel energie-ophoping. Gewoon een beetje te druk gehad, dus tijd voor jezelf inbouwen. Zo simpel is dat.
Onder de voeten liggen gebieden die corresponderen met bepaalde plekken in het lichaam. Net als een plattegrond of een landkaart.
Nee, ik heb dit zelf niet verzonnen, het is een kennis van duizenden jaren geleden.
De reguliere artsen staan er natuurlijk sceptisch tegenover. De voetreflexzonetherapie is dan ook geen medische handeling, gewoon een ontspanningstherapie.
Water is een heel onderschat levenselixer.
Het lichaam is net een varkensstal die regelmatig uitgemest moet worden. Hoe voer je al dat ongerief in zo'n stal af? Gewoon, veel water en dan stroomt al het vuil weg. Zo is het ook in ons lijf. Dus veel drinken. Kost niets.
Ja maar, ik krijg zoveel water niet weg ... is een bijna voorspelbaar tegenargument. Gewoon een beetje citroensap toevoegen. Er een gewoonte van maken om op elk uur van de dag een glas water te nemen.
Is thee of koffie ook goed? Ook op die vraag kan ik wachten. Nee, niet in plaats van water, want de nieren moeten al die stoffen eerst weer filteren om er lichaamsvocht van te maken.
De voetmassage wordt over het algemeen als weldadig ervaren. Nee, niet gewelddadig.
Met zachte hand moet ik soms toch een beurs aanvoelende plek beroeren. Niemand kan bevroeden dat de hersenen daar een grote rol in spelen. Wij hebben een onuitputtelijke apotheek in onze grijze massa. Er komen stoffen vrij die wij, al zijn we nog zo ingenieus, zelf niet kunnen namaken. Endofine is hier het toverwoord.
En al dat eelt dan? Komt vast door mijn schoenen, is het wijdverbreide fabeltje. Wat zeg je: psychisch??? Dan worden de ogen zo groot als schoteltjes. Ook deze reactie is voorspelbaar. Je zal dit maar voor het eerst te horen krijgen!
Om niet voor gek versleten te worden moet er dan heel wat uitgelegd worden. Een eye-opener van de eerste orde.
Altijd zijn het de blokkades die wij zelf opwerpen. Het is de bedoeling daar duidelijkheid in te brengen.
Maagstreek: ergernis, irritatie, verwerkingsproces.
Nierstreek: angst, te weinig water.
Schouders: overbelasting, te zorgelijke geest.
Grote teen: slapeloosheid.
Slokdarm: iets niet kunnen verkroppen.
Nekstreek: halsstarrigheid.
Natuurlijk volgt er altijd eerst een ontkenning. Het moet dan ook wel zó gebracht worden dat het niet ál te confronterend is. Dat zou alleen maar averechts werken.
Soms komen er tijdens de voetmassage spontaan, bijna verontschuldigend, de tranen. Dan leg ik uit dat zo'n reactie héél normaal is. De papieren zakdoekjes staan onder handbereik. Wat een opluchting daarna. Dan weet ik dat er iets in het lichaam gebeurt, dat welke blokkade dan ook opgeheven wordt.
Heel duidelijk ben ik altijd bij mijn uitleg dat het lichaam zelf de energieën reguleert. Dat ik alleen maar een stukje gereedschap ben. Niemand hoeft het waarom te vertellen. Wil het niet eens weten. Dus géén controle over zielenroerselen!
Anders zou er gedacht kunnen worden dat ik misschien over "machten" zou beschikken en dat is totaal niet waar. Niemand wordt er afhankelijk van. Het lichaam is zó knap, het doet het allemaal zelf.
Dan pas komt het bewustzijn dat de voeten gekoesterd moeten worden. Dat ze je hele leven je "dragen", je "waarschuwen" en je "vrienden" zijn. Een wonder dat je altijd bij je draagt. Jouw eigen wonder.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
EEN ANDERE WERELD
 

EEN ANDERE WERELD

Wel eens een kijkje genomen in een andere wereld? Dan moet je eens naar het Midden Oosten gaan. Daar is en gaat alles anders.
Als je er dan jaren later weer eens aan denkt, dan blijken het meestal de prettige momenten te zijn die je bijblijven.
Je bent jong en dan wil je graag op avontuur. Als het dan ook nog eens door de zaak betaald wordt, wat let je dan?
Je huis verhuren, je spullen opslaan, koffers pakken en gaan... Het was voor de duur van drie jaar.
Had niets te verliezen. Met alleen maar de zorg over één kleintje moest het lukken.
Dat alles anders zou uitpakken dan gedacht, daar hadden we toen nog geen flauw benul van.
Het Intercontinental Hotel was voor ons, jong stelletje, tamelijk imponerend. Er werd gelukkig Engels gesproken, want in Iran spreekt men Farsi en dat was moeilijk. Na zes weken huizen kijken, menukaart dromen en "kleutertje luister" spelen was het imposante er wel van af.
De keus viel op een groot appartement. In het koele noorden van de stad Teheran, gebouwd op 1100 meter hoogte.
Zelf auto rijden? Ten strengste verboden. Er werd extra geld beschikbaar gesteld voor een privéchauffeur.
Dat klinkt deftiger dan het was. Een gammele auto waarvan de deur in een bocht spontaan openvloog, geen airconditioning en vieze, laaghangende smog van het zeven rijen brede verkeer.
Van en naar het centrum kostte gewoon twee uur. Hier gold het recht van de grootste bumper.
Daar had de wet van Meden en Perzen een hele andere betekenis.
Bij voorbaat ben je in geval van een ongeval altijd schuldig en moet er een omgekeerde bewijslast worden toegepast.
Daarom kregen we een chauffeur, Yadollah. Hij kende de taal en gebruiken van het land en dat scheelt een hoop. Hij werd de beschermheer van ons gezin. Was echt trouw tot het einde.
Er was maar één helikopter, die dagelijks boven de stad vloog. Jawel, persoonlijk eigendom van de Sjah Reza : Ary a mehr. Licht der koningen. De Nederlanders noemden hem ook wel Arie van der Meer.
We hadden totaal geen vermoeden dat het nog eens heel vervelend zou aflopen met hem. Hij was veel te westers georiënteerd, had te veel macht. Een doorn in het oog van de geestelijke macht. De Mollahs. Scheiding van Kerk en Staat kennen ze daar niet.
Maar voordat het hommeles werd, leefden wij in een euforie van ontdekkingen. Het dagelijks verse brood was verrukkelijk. Vanwege de rare bobbels door mij kamelenbrood genoemd. De tijd dat we in een rij voor rijst, tomaten of vlees moesten staan lag nog ver voor ons. Eieren en bloemen werden uit Nederland geïmporteerd. De computers deden hun intrede.
In de spaarzame vrije tijd mocht ik mee naar de Holy Shrine in Qom, een moskee met miljoenen glinsterende mozaïek-spiegeltjes. Dat had nogal wat voeten in de aarde. Mijn make-up moest er af, zonnebril op, een zwarte lap "shador" tot aan de grond om en met gebogen hoofd een glimp opvangen van het graf van die belangrijke profeet. Alleen mijn schoenen waren Europees. Dat was te zien. Het gaf niets, zolang ik maar niet te zien was.
De tapijtenwasserij was een evenement op zich. Alles werd met natte bezems bewerkt en op rotsen of op planken gespijkerd te drogen gelegd.
Als ik een foto wilde maken deed Yadollah alsof hij voor mij poseerde, ging plotsklaps een stapje opzij en raak was het shot.
Wist ik veel dat daar gedacht werd dat je macht kon uitoefenen als je iemands afbeelding bezat!
En dan de vrouwen, allemaal verborgen in zwarte lappen, waaronder de mooiste kleding en moderne schoenen schuil gingen. Behalve de wat minder bedeelde laag van de bevolking, die liep het hele jaar door op slippers.
's Winters kon het wel -25 graden en 's zomers + 45 graden Celsius zijn.
In het noorden -buiten de stad- lagen de besneeuwde bergen op 2400 meter hoogte.
Het leukste vond ik toch het afdingen. In welke winkel dan ook. Het werd gelukkig voor mij gedaan. Door Yadollah. Vooraf kreeg ik dan de instructie niet direct aan te wijzen wat ik graag wilde. Moest ik dan maar eerst in het Engels in zijn oor fluisteren. Dan werd er in het Farsi over en weer met gebaren en kreten een hoop heibel gemaakt, winkel in en winkel uit gelopen, glaasjes thee gedronken, het spel moest tenslotte worden gespeeld. En een lol dat we hadden als de buit eenmaal binnen was.
Ik leerde al snel, als ik echt iets te weten wilde komen, een vraag zonder kritiek te stellen. Een rijkdom aan wetenswaardigheden was daarvan het resultaat.
Wat een verrassing dat mijn moeder een paar weken kwam logeren! Gelijk plannen gemaakt, dit was een kans die ik van mijn leven niet meer kreeg.
Omdat ik zo'n belangrijke gast had, ging alle eer naar haar. Ouderen worden daar op handen gedragen.
Het meest aparte vond ik wel de persoonlijke uitnodiging aan haar, dus ook aan ons, om bij het gezin van Yadollah te komen eten.
Een cultuurschok van de eerste orde. Wij zouden onze geit nog niet in zo'n hok plaatsen. Maar de gastvrijheid was overweldigend.
Op de grond lag een groot gebloemd zeil waarop de meest fantastische gerechten en fruit. Een grote koperen samowaar met kraantje leverde het gekookte water voor de thee. Zelfs saffraan, dat een onbetaalbaar ingrediënt was om rijst geel te kleuren, ontbrak niet. Wat wel ontbrak waren stoelen. Dus er werd gegeten op de grond. Lekker hoor, met je knieën in je maag. En als je naar het toilet moest leek het wel of je in de middeleeuwen was beland, met een gat in de grond zonder water.
De man heeft een weeksalaris uitgegeven om ons gastvrij te onthalen. Het maakte op ons dan ook diepe indruk.
Drie dagen zijn we met the American Women's Club weggeweest om toch iets van het land te zien. Gevlogen naar Isfahan, Shiraz en Persepolis. Tapijtenweverijen, paleizen, rozenkwekerijen bezocht midden in de woestijn. Met een hobbelige bus naar oude opgravingen en/of overblijfselen. We genoten.
Mijn bezoek was nog niet weg, of er gingen geruchten over opstanden van studenten.
Rellen en branden braken uit in de stad. In de Bazaar -in het zuiden van de stad- waren de luiken en ogen gesloten voor het opkomend geweld.
Er werd geschoten en de ambassades schreven kalmerende brieven. Het hielp niet echt. Wij buitenlanders vertegenwoordigden ineens ook het kwaad. Ik was me van geen kwaad bewust, Yadollah was er toch? Hij sprak de taal en kende zijn land. Maar die werd ook voorzichtiger. Het was nog een wonder dat hij voor ons mocht werken.
De avondklok deed zijn intrede. 's Avonds na acht uur mocht je niet meer op straat komen.
Na zes maanden van spanning moesten de buitenlanders het land verlaten.
We kregen wel tickets, maar veel maatschappijen vlogen niet meer. Het ene kantoor na het andere werd gesloten.
Wel drie keer stonden we op het punt om te vertrekken, maar op het laatste moment konden we niet weg omdat de vliegvelden gesloten waren voor al het luchtverkeer.
Ik voelde me verstrikt in een val. Ik wilde maar één ding, vluchten. Als het niet per vliegtuig kon, zouden we toch met de auto over de bergen kunnen gaan? Nee, dat was veel te gevaarlijk.
Eindelijk werd het vliegveld heropend. Er kwamen drie jumbojets van PANAM, speciaal om de buitenlandse gezinnen op te halen. Een ware exodus. Meer dan tweeduizend vrouwen en kinderen stonden daar op het vliegveld.
Yadollah stond met tranen in zijn ogen afscheid te nemen. Na al die jaren denk ik nog wel eens aan hem.
In het vliegtuig werd champagne geschonken en de stemming was uitgelaten.
Ik reisde alleen met vijf koffers en een kleuter van drie jaar. Eerst naar Istanboel, de volgende dag naar Rome, uren vertraging en ontreddering alom. Daarna naar Londen, waar de etalages met kerstspullen totaal aan mij voorbij gingen.
Ik had drie dagen reizen achter de rug. Moeder en kind waren volledig uitgeput. Wilden alleen nog maar slapen na al die onrust en spanning.
We werden in het Holiday Inn opgevangen. Een sjiek opvangcentrum voor iemand die niet echt een vluchteling is.
Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Ik was al bijna twee jaar bij mijn familie vandaan geweest en nam kordaat het vliegtuig naar huis. Hoezo afwachten? Op wie? Gewoon doen.
Er volgden nog maanden van koffers onder het bed en ander ongemak, mijn huis kon ik nog niet in, want dat was verhuurd. Maar ik was weer veilig en dankbaar in mijn eigen land.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
DE BON
 

DE BON

Het is druk op de weg. Opstoppingen zonder reden. Kilometers file. Daar gaat ineens een asociaal figuur over de vluchtstrook. Die heeft natuurlijk haast.
Het is warm en ik heb geen airconditioning. Dan maar de natuurlijke airco aan: gewoon het raampje opendraaien. CD opzetten en lekker meegalmen.
Daar komt een politieauto, óók over de vluchtstrook. Nu ga ik mezelf lekker zitten maken met een fantasietje wat er zal gebeuren. Die asociale rakker krijgt natuurlijk een bon. Mag van mij een hoog bedrag zijn. Of hij moet een mega smoes voorhanden hebben. Daar praat een mens zich niet snel uit.
Zelf heb ik pas een bon gekregen, waarvan ik vind dat ik die niet verdiend heb.
Ook daar kan ik over fantaseren. Altijd éérst betalen. Daarna een verweer schrijven of een bezwaarschrift indienen. Leuk als je alle tijd hebt. Dat heb ik niet. Toch maar doen.
Weer eens een overijverige diender die de kas moet spekken ... Al 10 jaar sta ik in die inham van die weg. Nergens een bord van verboden te parkeren te bekennen.
Ik kan het gele briefje wel verscheuren, maar de acceptgirokaart zal beslist op de deurmat vallen.
Als ik vóór moet komen, kost dat tijd en geld. Misschien doe ik het toch. Dan krijg ik misschien te horen dat ik al die tijd geluk heb gehad.
Als ik het verkeer of andere personen in gevaar zou brengen, of te hard zou rijden dan kan ik me er wel iets bij voorstellen. Dan ben ik sportief en betaal.
Maar dit keer laat ik het niet over mijn kant gaan. Moet natuurlijk geen beledigende taal uitslaan, want dan krijg je daar weer een prent voor.
Mijn zwager is bij de politie geweest. Misschien dat die wel raad weet.
Ooit heeft mijn zus haar boete tussen een broodje gestopt en die aan mijn zwager gegeven. Of hij het papiertje heeft opgegeten weten we tot op de dag van vandaag nog steeds niet, maar de boete is nooit betaald.
Misschien zou ik die truc ook eens kunnen toepassen. Een doosje van de lunchroom met de bon in het broodje en dat bij het politiebureau laten bezorgen. Eet smakelijk!
De verleiding om dat te doen is wel erg groot. Ja, dat ga ik doen. Heb niets te verliezen. Hopelijk is daar iemand met gevoel voor humor. Het is de moeite van het proberen waard.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
UITZICHT
 

UITZICHT

Het is zomer. Zo eentje die je niet gauw vergeet.
Een zolderetage, waar een mens zich weer een beetje vrijgezel waant.
Een oud patriciërshuis in Jugendstil. Met mooie binnentrappen. Heel statig. De prijs ook. Maar goed, daar is overheen te komen.
Midden in het centrum. Aan de voorkant een kakofonie aan geluiden van verkeer met auto’s en trams, die van alle kanten komen aanstuiven. Aan de achterkant lijkt het wel en beetje buiten wonen. Er is een dakterras. Daar wordt dan ook driftig gebruikt van gemaakt. Een paar stoelen en een tafeltje. De keuken vlakbij, dus de koffie ook. Tot ’s avonds tien uur is het daar goed toeven. Soms met een boek, soms gewoon een beetje mijmeren. Over niets in het bijzonder.
Wat wel bijzonder is zijn de tortelduiven. Als je dat gedrag bekijkt kom je ogen tekort. Eerst zitten ze ieder op een hoek van de reling van het balkon. Je ziet ze voorzichtig naar elkaar toe schuifelen. Dan start het mannetje zijn avances. Het vrouwtje ondergaat het onverschillig, zo lijkt het althans. Daarna mag hij zijn daad uitvoeren. Eventjes maar. De veertjes worden geschud en klaar is Kees. Een klein beetje naspel is er niet bij. Ieder zoekt weer zijn eigen hoekje op. Ongecompliceerd.
Dit ritueel wordt iedere dag herhaald.
De zon gaat onder en dan wordt het tijd voor de woonkamer. De balken zijn een lust van het oog. Het geeft de kamer een beschuttend gevoel.
Als het dan rustig wordt komt er een lief klein muisje om de hoek kijken.
In het begin is het een beetje schrikken, maar het went. Het diertje doet geen mens kwaad. De mens kan dat andersom wel doen. Eventjes schiet ik uit mijn slof. Ook dat nog! Maar ja, dat kan je verwachten op een zolder. Voor mij mag hij daar blijven. Hij heeft de eerste rechten. Hij woont er al een poosje. Dat kan je merken. Het beestje voelt zich echt op zijn gemak. Ik maak een eenzijdige afspraak. Hij mag blijven, dat beslis ik, want ik betaal tenslotte. Daar zit wel een voorwaarde aan: Géén gezin erbij, dát wordt te gortig. Dus … zolang hij vrijgezel blijft vind ik het goed. Anders wordt het hele nest uitgeroeid. Ik schrik van mezelf. Het muisje schrikt niet. Die is zich van geen kwaad bewust. Ik wel.
Iedere avond komt hij eventjes bij ons zitten. Dan laat hij zien hoe schoon hij is. Dan worden de snorhaartjes met zijn pootjes gepoetst en daarna gaat hij weer naar zijn holletje. Heel lang heb ik naar zijn verblijfplaats lopen zoeken. Tevergeefs. Hij geeft zijn geheim niet prijs!
Aan de voorkant is het ook leuk. Observeren is mijn favoriete hobby. Bij zon weer heel anders dan bij regen. Dat laatste heeft mijn voorkeur. De wind speelt daar een grote rol in. Hup, daar gaat weer een paraplu binnenstebuiten! Daar kan je op wachten! Het is een tijdperk van Vrouw Holle.
Er kan niet meer gewoon gelopen worden. De tram moet worden gehaald.
Het traject moet binnen de vastgestelde norm worden gehaald. Tijdsdruk. Een treffend woord. Daarom moet er ook op tijd onthaast worden.
De binnenkant heeft geen uitzicht. Daar wordt het stil. Gelukkig.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
WENSDROOM
 

WENSDROOM

Wat zijn dat voor geluiden? Ik was toch niet naar Artis? In geuren en kleuren aanschouw ik de wereld waarin ik ben terechtgekomen. Hoe weet ik niet.
Mijn zachte bed voelt niet zo zacht als gewoonlijk. Het dekbed ontbreekt.
Het lampje dat ik aan wil doen is er niet. Gewoon een kaarsje naast het veldbed.
Met grote verbaasde ogen kijk ik in het rond. Het is alsof ik in een film ben terechtgekomen. Dit is wat ik altijd al heb gewild. In een tent slapen en op safari gaan!
Ja hoor, buiten hoor ik gestommel en stemmen van mensen.
Mijn outfit ligt op een stoel klaar. Hoe komt dát daar nou? Ik probeer het uit en het past precies. Leuke hoed. Zelfs mijn camera ligt er bij. Mijn onafscheidelijke digitale vriend!
Bij het verlaten van mijn tent komt er een prachtige donkere man op mij af.
Hij gebaart mij om hem te volgen. Een rijkelijk gedekte tafel met vers geurende broodjes staat onder de luifel van een tent klaar. Er is een blanke man, die Engels spreekt en mij uitnodigt om vandaag een safaritocht te maken.
Het schijnt dat ik een lot uit de loterij heb gewonnen. Een onverwachte droom komt uit ...
De nevelen trekken al snel op. De aarde trilt en mijn ogen moeten wennen aan het licht. Gelukkig zit er in mijn reistasje ook een zonnebril.
De rit met de jeep gaat over hobbels en kuilen.
Daar springt ineens een impala voor de wagen. Met grote verschrikte ogen maakt hij dat hij wegkomt. In de verte hoor ik getrompetter van olifanten.
Kijk, twee giraffen met een kleintje! Nu moeten we heel langzaam rijden, de Ranger weet de weg als geen ander.
Het lijkt wel de Beekse Bergen in het groot. Maar de sfeer en de kleuren zijn toch net even anders. Dit is het Afrika waar ik altijd al van gedroomd heb.
Een troep welpen is onder toeziend oog van de ouders, bezig met het verscheuren van een zebra. Ze hebben alleen maar oog voor hun prooi. Maar, ik laat me niet vertederen. Het zijn geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. Mijn camera legt geruisloos het tafereeltje vast.
Als het middag wordt stoppen we bij een dorp. Daar komen, al dan niet voor de toeristen, de dorpsbewoners tevoorschijn in de mooiste kleuren die ik me kan voorstellen. Ze hebben veel rijen kralen om hun nek. Ik herken de Masai.
Ze stellen zich in een lange rij op en spelen muziek alsof hun leven ervan afhangt. Wat kunnen die hoog springen! Onuitputtelijk met een vrolijkheid waar je wel blij van moet worden.
Daarna krijgen we een lokaal drankje en wat vruchten.
Om weer voor het donker thuis te zijn moeten we helaas voor vandaag weer naar het tentenkamp. Daar aangekomen is een groot vuur gemaakt en het te roosteren vlees ruikt verrukkelijk!
Laat in de avond stap ik met een hoofd en een camera vol herinneringen weer in mijn veldbed. Ik geef me over aan mijn wensdroom.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
ZEEBONK
 

ZEEBONK

De hele wereld bevaren. Geen zee te hoog. Top-kok op de grote vaart.
Korte beschrijving van een blije man, ondanks het kwijtraken van zijn spraak door een herseninfarct. Na het tweede infarct op naar het verzorgingshuis.

Bij mijn binnenkomst een genereuze zwaai met een arm hoog in de lucht en een grote, gulle brede lach op zijn gezicht. Daar moet je wel blij van worden.
Wat is zo bijzonder aan deze man? Een levenskunstenaar. Een stabiel karakter met een optimisme dat aanstekelijk werkt.

Eventjes tijd besteden en er flitst een boeiend leven aan je voorbij. Het ongerief van slecht spreken wordt beloond met zijn energieke vingers, die over de albums vol schepen wijzen. Hier geweest, dáármee gevaren, met een trotse blik in die vrolijke ogen.

Altijd een boekje met adressen en telefoonnummers bij de hand, voor je weet maar nooit. Alhoewel ik maar niet begrijpen kan waarom hij toch iedere keer weer die adressen van drie zonen aanwijst, benadrukt door drie vingers in de lucht te steken.

We maken grapjes over onze bruine benen. Het is zomer en hij draagt een bermuda, met een fris schoon overhemd.
Ik probeer iets bij te dragen aan de sfeer: “Dit keer win ik het van u, ik ben bruiner”. Er komt een verrassend antwoord: “Zon, niet goed ... hoofd …”.
“Mooi, die Tour de France, die Michael Boogerd met zijn mooie benen, kijk hem gaan …”, probeer ik nog eens.
Toen geheel onverwachts mompelt hij zachtjes : “Niet goed ...” en zijn hoofd valt voorover.
Ik kijk nog eens goed, schudt zachtjes aan zijn schouders. Valt hij nu flauw of wat is dit? “Meneer Kemp …!”. Ik realiseer me dat ik niet in paniek moet raken. Gewoon wakker houden. Maar als ik buk om in zijn ogen te kijken zie ik starende poppenogen, het licht is eruit.
Zo zien dode ogen er dus uit. Ik wéét het direct, terwijl het toch de eerste keer is dat ik dit meemaak.
De Tour de France dendert door …

Ik geef hem een kus op zijn hoofd en wens hem 'behouden vaart'.

Ik druk de alarmknop in en binnen een mum van tijd zijn de zusters aanwezig. “Wie moeten we bellen?” Ik wijs op het telefoonboekje. De drie zonen worden door de zusters gebeld.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
SUIKERTANTE
 

SUIKERTANTE

Ze had handen als kolenschoppen, de schoenmaat van een man, maar een vrouwelijk hart vol mededogen.
Extravagante kleding en aangemeten, zacht kalfsleren elegante pumps. In de kleuren bruin of zwart.
Ze was heel resoluut. Ze duldde geen tegenspraak, met toch een onverwachte mildheid. Die zat aan de binnenkant van haar karakter.

Ze kwam jaren als vroedvrouw bij ons thuis.
Ze deed er alles voor om de kraamvrouw extra te verwennen.
Dat was wat in de oorlog! Ze bestelde gebak en bonbons en een extra stukje biefstuk. Ze kon mijn vader aan. Op kordate wijze nam ze het initiatief om met het hele gezin naar de vakfotograaf te gaan. Wat denk je dat zoiets kost? Op besliste toon gaf ze aan dat dit gewoon moest. Ze ging. Discussie gesloten. Punt uit.

Na het zesde meisje was ze zo teleurgesteld dat niet een van "haar" kinderen naar haar vernoemd was. Dat zei ze dan ook. Mijn moeder ging overstag: als tweede naam kreeg de jongste telg de naam: Angela. Wat was ze trots!

Ook toen wij ouder werden heeft ze ons altijd mee uit genomen. Naar het strand om uit te waaien, naar Avifauna het vogelpark. Naar haar kleine flatje. Geen moeite was haar teveel. Limonade en ijsjes. Het kon niet op!
En altijd ging haar camera mee, om "haar" kinderen vast te leggen. Ze had een hele verzameling fotoalbums vol van die gouden momenten. Met handgeschreven tekst onder elke foto.
Op een dag kwam ze weer op bezoek met een gigantische, deftige hoed. Ik kon het niet laten en gierend van de lach wees ik naar haar en zei: "Die hoed!"
Dacht je dat ze boos werd? Nee hoor, ze kon er goed tegen. Ze lachte er gewoon om. Ze hield van ons en wij van haar.

Waarom ze nooit getrouwd is geweest, heb ik nooit durven te vragen. Of het door haar postuur kwam, of haar enorme zelfstandigheid, daar ben ik nooit achtergekomen. Haar handen waren dan wel groot maar haar hart, daar kon de hele wereld in!
Eenmaal gepensioneerd ging ze welgestelde ouderen particulier verplegen.
De mensen hoefden dan niet naar een verpleegtehuis en zij behield haar onafhankelijkheid. En dat voor 40 jaar geleden!

Op een dag was ik bij haar op bezoek en kreeg van haar iets heel bijzonders.
Alvast - als erfenis - gaf ze mij persoonlijk alle fotoalbums. Al onze gedeelde momenten uit onze jeugd.
Het voelde als een kostbare schat.
Met de naam "suikertante" zou ik haar tekort doen.
Het werkelijke woord kan ik niet benoemen. Angela?

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
KRACHT
 

KRACHT

In het verpleeghuis deed ze niet anders dan oefenen en nog eens oefenen. Na de hersenbloeding wilde ze weer kunnen lopen. Het moest dan wel met de nodige hulpmiddelen, maar dat was geen probleem. Gelukkig was haar spraak niet aangetast. Haar mondje kon ze nog goed roeren. Op een middag hoorde ik het goeie bericht. Ze kon een kamer in het verzorgingshuis krijgen. De nodige meubeltjes, die ze al had weggegeven, kwamen weer terug en ze was in een mum van tijd weer geïnstalleerd. Helemaal trots dat ze dit met haar doorzettingsvermogen had bereikt, liet ze mij haar kamer zien.

Maar er lag iets heel anders op de loer. Ze kreeg buikpijn. Ja, ook met die teleurstelling had ze rekening gehouden. Twee broers waren al aan buikkanker overleden. Het zou wel in de genen zitten. De specialist in het ziekenhuis had haar overgehaald aan een experiment mee te doen. Ze stemde daar wel in toe, op voorwaarde, dat wanneer de pijn erger zou worden, ze de behandeling mocht beëindigen. Dat heeft een drama gegeven, dat zijn weerga niet kent. Als mevrouw dan niet verder wilde meewerken, kon ze direct vertrekken uit het ziekenhuis. Ze werd zo overdonderd dat ze niet eens haar lade naast het bed mocht leegmaken. Alles werd in een plastic zak gedumpt en daar zat ze, moederziel alleen, in de gang. Haar neef werd gebeld en ze werd opgehaald.

Op een middag was ik in haar buurt en bracht haar een bezoekje. Met een wit gezichtje, maar met ogen die nog heel helder waren, lag ze stilletjes in bed. Ik schrok van haar kalme berusting. “Het is met mij gebeurd, ik voel het gewoon.” Op mijn vraag waar ik haar een groot plezier mee kon doen, antwoordde ze: “Een ijsje!”
Ik vond het zo aandoenlijk, haar optimisme, haar realiteitszin, de leuke herinneringen, die ze met mij had gedeeld. Ik vertelde mijn plan: vandaag nog zou dat ijsje er komen. Ik kon niet precies een tijd afspreken, al moest ik er een eind voor rijden, maar dat ijsje zou er komen.

Wat schetste mijn verbazing ... Toen ik buiten kwam zag ik een Italiaanse ijscokar staan. Elk jaar in juli deelde de Italiaan een middag lang gratis ijs uit bij de hoofdingang van het verzorgingshuis. Iedereen zat volop te genieten in het zonnetje met ijsjes in alle kleuren. Aan een activiteitenbegeleidster vroeg ik of zij het wilde brengen naar deze dame, die zelf niet meer kon komen.
Ik had een vóórpret, niet te beschrijven. Wat zou ze verrast zijn! Binnen vijf minuten na het uitspreken van haar wens, zou haar ijsje er zijn. Als dat geen teken van “boven” was, dan wist ik het niet meer.

Een week later, trof ik de stervende vrouw aan. Haar stralende gezicht zal ik mijn hele leven niet meer vergeten! Ze had de drie bolletjes ijs over drie dagen verdeeld. Het was het lekkerste ijsje in haar leven geweest. Hoe of ik dát zo snel had klaargespeeld. Het was mijn laatste bezoek aan haar. Ze stierf met een glimlach op haar mond na een dag vol visite op haar tachtigste verjaardag.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
DE MISLEIDING
 

DE MISLEIDING

Daar lag hij nu … op de grond. Hoe kon dit nu gebeuren? Waarom was ze zo stom geweest de fles met gif niet ergens te verstoppen? Ze had voor het eerst in haar leven haar berekening laten varen. Het was zo’n leuke man, waar ze geweldige fantasieën over had. Voor het eerst had ze zich echt willen geven. Voor het eerst had ze golven van opwinding gevoeld. Voor het eerst voelde ze wat het was om een fout te maken. 
Daar lag hij nu … morsdood.

Als zij nu zelf de Tia Maria zou hebben ingeschonken, zou ze dan geweten hebben welke van de twee identieke flessen ze had moeten pakken?
Er was nu niets meer aan te doen. Maar waar moest ze met dit lijk heen?
In haar mooie outfit kon ze dit karwei onmogelijk klaren. Ze liep naar de slaapkamer en trok een sportieve broek aan.
Allerlei gedachten tolden in haar hoofd. Dit plan moest zorgvuldig worden uitgevoerd. Vooral de sporen uitwissen. Dat kon later wel.

Ze liep naar de tussendeur die in de garage uitkwam. In de kofferbak met die man. Ze rolde hem in een groot tapijt en sleepte hem mee naar de auto.
Dat had ze in films wel eens gezien. Ze zou het net zo doen. Het was veel zwaarder dan ze had vermoed. Gelukkig was het nacht. Waar zou ze heen moeten rijden? Misschien had ze wel een schop nodig, of een touw. Dit stond niet in haar script. Hier had ze niet op gerekend. Haar onervarenheid speelde haar parten. Nee, nou niet sentimenteel gaan worden. Koel blijven …
Koel was ook het water waar ze de man in liet glijden.

Zo, dat ging van een leien dakje. Het tapijt ging terug in de kofferbak. Zo, nu naar huis terug. Eerst moest de boel schoongemaakt worden. Overal lagen splinters van de fles en de inhoud daarvan lag als een dikke kleeflaag over de vloer. Niemand wist dat ze deze man mee naar huis had genomen. Althans dat was bijna uitgesloten. Wie had haar met hem gezien in het restaurant? Ze zou na het opruimen een kleurspoeling kunnen nemen en daardoor onherkenbaar zijn.
Ook zou ze de zwarte avondjurk moeten verbranden. Het tapijt moest ook nog worden vernietigd. Ze was zó moe dat ze besloot om een uurtje te gaan rusten. De nacht zou nog lang genoeg zijn. Maar dat uurtje werden er een heleboel.

Geschrokken door de bel werd ze wakker. Wie kon dat nou zijn? Zou ze zich niet thuis houden? Als door een slang gebeten, holde ze onder de douche. Omdat ze niet uitkeek gleed ze uit over een stukje glibberige zeep.
Er werd niet meer opengedaan ...

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
DE VROUW IN HET ZWART
 

DE VROUW IN HET ZWART

Om voor eens en voor altijd van haar probleem af te zijn besloot ze op zekere dag kleur te bekennen. Zwart werd het toverwoord.
Ze zou er met niemand over spreken. Wat er zoal te betoveren viel, dat was haar geheim. Geheimen ontfutselen … Het lukte haar altijd weer.
Ze had een geheel eigen kledinglijn bedacht.
Afhankelijk van haar stemming of van de gelegenheid die zich voordeed kon ze zich naar hartenlust uitleven.
Voor een receptie koos ze voor sjiek en toch sportief: het zakelijke mantelpak met bijpassende sjaal.
Mocht er een uitbundige gelegenheid zijn, met haar zwierige rok en excentrieke blouse werd ze een ware diva. Vooral de boa met veertjes moest het geheel compleet maken.
Waar wat meer ingetogenheid werd verwacht kon ze toch een schoonheid van eenvoud zijn door een strakke rok met een fluweelzachte blazer te dragen. Over haar uiterlijk had ze niet te klagen. De uitstraling was perfect.
Bleef alleen de timing over.

Dat buitenkant belangrijk was, dat had ze in al die jaren wel geleerd. Een wolf in schaapskleren, dat zou ze zijn. De mannen zouden een gemakkelijke prooi zijn. Die zoemden als bijen om de honing. Zoet was ze zeker niet, maar haar wraak wel. Zo werd ze rijk. Van slachtoffer naar dader.
Haar kon niets gebeuren: in haar tasje had ze altijd peperspray in haar parfumverstuiver, verborgen pinnen in haar ballpoint, zelfs een drankje om haar “belager” in eeuwige slaap te sussen als ze voorgoed van hem af wilde.
Zoals James Bond met ijzeren discipline, in grote mate stressbestendig en onweerstaanbaar in haar avances.
Ze maakte nooit fouten. Dacht ze …

Tot op een avond in een sjiek restaurant tot haar grote verrassing het onmogelijke plaatsvond. In gezelschap van haar gastheer nipte ze zeer bescheiden aan haar glas champagne. Hersens erbij houden. Hij was als een lammetje, dacht ze. Het tegendeel was waar. Van een intieme daad kwam het nooit, dat was veel te gevaarlijk. Dit zou betekenen óf huichelen, óf haar ware gevoelens tonen en daar zat hem nu net de kneep.
Voor deze man viel ze als een blok, onze weduwe in het zwart met haar deftige outfit.
Een erudiete man vol humor en de passie waarmee hij sprak was heel verrassend. Dit had ze nog nooit meegemaakt. Dit overtrof alles wat ze altijd al verlangd had in een man. Dit keer zou er geen slachtoffer vallen. Dit keer zou ze “los” gaan. Dat had ze zichzelf beloofd.
Bij het thuisbrengen liet ze hem binnen. Was dit wel verstandig? Uitzonderingen bevestigen de regels.
Nou ja, één slaapmutsje dan. Het was al moeilijk genoeg om nuchter te blijven, zijn aanwezigheid alleen al maakte haar duizelig in haar hoofd.
Bij de koffie zou de Tia Maria goed smaken. Daar waren ze het samen over eens geworden. Waar had ze toch die goeie fles gelaten? Ze had vanuit de keuken gezegd dat hij maar even moest zoeken in de bar. Tijdens het zetten van het kopje koffie hoorde ze in de verte een vreemd geluid. Eerst een plof en daarna een rinkelend geluid.

Het klonk als het vallen van glas! Nee toch! Het drankje! Helemaal vergeten!
Ze holde in blinde paniek naar de woonkamer. De fles Tia Maria stond onaangeroerd op de bar, een identieke fles lag aan diggelen op de grond.
De man lag ernaast ...

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
VAKANTIE
 

VAKANTIE

“Wil je nog een glaasje?” vroeg ik aan mijn zus. “Ja, met een extra ijsklontje”.
De wijn kwam ongekoeld uit een groot plastic vat. Maar dat kon de pret niet drukken.
We hadden voor alles inclusief gekozen. Gewoon uit praktische overwegingen, dan wisten we wat we konden besteden.
Het werd Turkije, in een eenvoudig familiehotel. We zouden maar één excursie doen. De jeepsafari en het varen hielden we voor gezien.
Voor de rest gold voor ons de rust, want dat was waar we aan toe waren.
Maar de onrust lag toch stiekem op de loer. Dat konden we toen nog niet vermoeden.

Het personeel bestond hoofdzakelijk uit studenten, die daar tijdens het zomerseizoen aan het werk waren. Allervriendelijkst, uiterst attent.
En maar raden uit welk land wij toch wel kwamen. Wij stouwden onze borden niet zo overvol, dat viel dus op. Wij namen niet meer dan wij aankonden. Dus lege bordjes … dat konden geen Nederlanders zijn!
We speelden het spel gewoon mee.

De manager van het restaurant deed verwoedde pogingen onze aandacht te vangen. Hij was in het voordeel, omdat hij Engels sprak.
Met fluweelzachte ogen, omringd door lieflijke kraaienpootjes en een paar wenkbrauwen waar de passie van afdroop, werden we bediend alsof we van koninklijke huize waren. Maar daar trapten wij niet in!
“Hij kan zijn ogen niet van je af houden, volgens mij valt hij op jou”, zei mijn zus zachtjes. Ik had het totaal niet in de gaten. Was er gewoon niet mee bezig. “Gék, nou ik vind hem wel leuk, maar ik val niet op hem, hoor!“

Toch hadden we een vraag. De reisleider kwam maar niet opdagen en wij wilden toch wel heel graag de dorpstocht doen.
Daar de baliemedewerkers van het hotel zich bijna niet verstaanbaar konden maken, bracht de manager uitkomst, die sprak tenminste Engels.
Als we dat dan wilden, kon hij ons samen wel een streek laten zien waar geen toerist kwam. ’s Avonds zouden we dan weer op tijd terug zijn voor het diner.
Wel, we waren volwassen vrouwen en twee tegen een, dat zorgde voor een veilig gevoel.
Die middag leek wel een sprookje! Wat een schitterend land.
Hij leidde ons rond alsof hij dit landschap zelf geschapen had. De trots droop eraf. En terecht.
“Onze Grand Canyon”, zei hij, terwijl hij naar de naakte, grillige rotsen wees. “Een origineel theehuis” toen we een dorpje naderden. “De oudste universiteit”, “Torba meer”. Geen toerist te bekennen. Als reisleider sloeg hij zeker geen gek figuur.
Zijn hand zocht de mijne. Een kneepje maar… Wat een charmeur. Maar daar trappen wij niet in!

’s Avonds bij het diner vroeg hij of hij mij “privé” mocht zien. “Ik laat het je wel weten” was mijn voorzichtige antwoord.
Jeetje, ik leek wel 18. Alhoewel het mijn ego streelde, want dat had ik zelf wel door, moest ik er werkelijk over nadenken.
“Wat vind jij?” vroeg ik aan mijn zus die altijd al een soort vraagbaak in mijn leven was geweest. “Nou, je bent volwassen, als je het wilt, moet je het zeker doen”. “Ja, maar ik bepaal dan wel de regels” was mijn overtuigend antwoord.

De avond daarop trok ik de stoute schoenen aan. Ik wilde wel, maar onder mijn voorwaarden.
Zo spraken we af op de fel verlichte boulevard achter het hotel. Gewoon tussen de mensen blijven … 
Op een gegeven moment vonden we wel dat er gepraat moest worden. Heel uitnodigend stonden er stoelen langs het strand, dat omgeven was met parasols, lichtjes en melancholieke muziek.
Decor voor een romance. Maar dat liep heel anders af.
De lieve man begon over zijn leven. Mijn oren klapperden. En ik dacht toch wel wat gewend te zijn. Maar, de tragiek van een faillissement, een scheiding en diverse vriendinnen maakte het er wel vertrouwd, maar niet leuker op.
Op een gegeven moment vroeg hij of hij mij mocht kussen. Ja hoor, natuurlijk een kusje kon geen kwaad.
Of hij het plafonddecor moest veranderen. Dat vond ik heel geestig gevonden. Nee, toch maar niet. Zoals Allah de hemel had geschapen vond ik het mooi genoeg. Die slag had ik gewonnen.
Het werd een avond, waarop vriendschap tussen uiteenlopende culturen kan ontstaan.
Ondanks dat het heel laat geworden was, moest ik natuurlijk verslag uitbrengen aan mijn zus, die toch wel erg nieuwsgierig naar de afloop was.
We hebben er samen nog lang over nagepraat.
Op middelbare leeftijd toch een beetje versierd te worden, dat maak je niet elke dag meer mee.

De volgende dag had ik mijn vertrek aangekondigd.
Als afscheid zouden we met zijn drieën nog een terrasje pikken.
Ik heb hem nog een blauw oog gegeven. Nee, niet letterlijk. Het Turkse blauw oog geeft geluk. Dat had hij wel nodig. Hij mocht dan geen seks, maar wel vriendschap hebben ondervonden.

We meenden het oprecht en dankten hem voor de keer dat hij ons had meegenomen om te genieten van zijn mooie land.
“Ooit wel eens meegemaakt, twee vrouwen tegelijk die met tranen in hun ogen van jou afscheid namen?” “Nee, nog nooit”, zei hij met die stralende glimlach, daar moest hij ons gelijk in geven …
We hebben er alle drie hartelijk om gelachen.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
NAZOMERBLUES
 

NAZOMERBLUES

Jeugd. Onthullend en ontwapenend tegelijk. Wat zijn ze mooi, maar wat onzeker …
Eén geheim kennen ze nog niet. Wanneer de rimpels zijn geaccepteerd en de hormonen tot rust gekomen: de vrijheid in denken.
Het opnieuw jong voelen, maar dan in een ander jasje. Van slanke elfjes zijn ze omgetoverd tot aandoenlijke olifantjes.
Ze hannesen met leesbrillen. Zijn altijd van alles kwijt. Weten met hun mobieltje en de PC om te gaan. Laten zich geen knollen voor citroenen verkopen.
Ze lopen, net als de jeugd, hand in hand. Schamen zich nergens meer voor. Hebben betere seks.
Kunnen de humor in alledaagse dingen zien. Kijken sneller door iets heen. Maken zich niet meer zo gauw druk over onbenullige zaken.
Hun kleding lijkt niet meer op dat wat hun voorouders droegen. Geen knellend korset meer, tenzij het om medische redenen moet. Was je vroeger zestig jaar, dan liep je er ook zo bij. Nu moet je twee keer kijken om de leeftijd te schatten.

Wat geeft dan die nazomerblues?
Een gevoel van nostalgie met soms een beetje weemoed.

Het fysiek rustiger aan moeten doen. Een gevecht met jezelf dat je altijd verliest.
Het laat doorzakken of een nachtje overslaan? Vergeet het maar!
Kan deze kleding nog?
Hoe moet het met mijn relatie?
Hoe hoog mag de hypotheek zijn?
Wanneer hebben we weer eens tijd voor onszelf of voor de ander?
Het tijdperk van “Vrouw Holle” is voorbij.

Maar wat zouden we graag weer “eventjes” zo jong willen zijn.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
ONTMOETING OP HET VERLATEN STRAND
 

ONTMOETING OP HET VERLATEN STRAND

Daar staat ze dan, aan haar wilde, ruige zee. Er staat een harde, snijdende wind. De branding en krijsende meeuwen zorgen voor de bijbehorende geluiden. Goed ingepakt met de wind in haar rug staat ze te genieten in de branding. Dat natuurgeweld, daar is ze gek op. Fijn om zo de wind door je ziel te laten waaien. De voeten krijgen een massagebad en het schuim van de zee speelt krijgertje met de golven.

In de verte staat een man dit schitterende schouwspel gade te slaan. Helblauwe ogen heeft hij en een hoofd vol natuurlijke krullen. Een glimlach speelt om zijn mond. Wat een prachtvrouw! Hij spoort zijn hond aan. “Trendy, ga …” De hond gehoorzaamt zoals het een hond betaamt. Hij schiet richting zee, zoals altijd vol enthousiasme. Hij mag dan lekker dwars door de golven. Deze keer trekt de man zijn stoute schoenen aan, of liever gezegd uit en heel behoedzaam loopt hij richting zee. Ik wil haar ogen zien, is de enige gedachte die door zijn hoofd speelt. Misschien is ze helemaal niet gediend van zijn gezelschap. Dat risico moet hij dan maar nemen. Hij heeft niets te verliezen.
De hond staat opgewonden te kwispelen naast de vrouw. Ze bukt en geeft hem een aai over zijn kop. De opening is gemaakt.
Hij loopt naar de zee en roept zijn hond. Uit zijn ooghoeken neemt hij haar op. Ze geniet van de zee en alle elementen van de natuur, dat kan hij zo zien.

“Indrukwekkend, hè?” opent hij zijn zin. Verbaasd kijkt ze zijn richting op. Daar had hij op gewacht … die ogen en dan die blik!
Over naar de volgende stap: “Bent u ook altijd onder de indruk als de zee zo weerbarstig is?” Haar resolute antwoord “Zeg maar jij tegen u” had hij niet verwacht. Voor geen goud wil hij zich opdringen. Maar iets in hem weerhoudt hem om verder te wandelen. Nu niet al te dichtbij komen. Om zich toch een houding te geven biedt zijn stok uitkomst. “Trendy, zoek” … en de hond zou geen hond zijn als hij niet onmiddellijk de golven in zou duiken.
“Ik kom hier alleen in de maanden als er geen hondenverbod is. Kan hij lekker zijn energie kwijt. Ik heet Pieter”. Ontspannen, met een licht ironische blik, kijkt ze hem aan. “Ik ben Ellen.”Eerst haar ogen, dan haar naam. Tot zover is het goed gegaan. “Ik fotografeer. Alle seizoenen zijn de moeite waard om vast te leggen. Ik stap maar weer eens op, dag hoor.”Nee, niet gaan nu. Misschien straks, maar niet nu, denkt Pieter. “Zin in een kopje koffie of warme chocolademelk?”, het floept er spontaan uit. Pieter schrikt van zichzelf. “Dat was ik net van plan om te gaan doen, waarom ook niet?” Ellen vindt hem wel iets jongensachtigs hebben.Tijdloos en natuurlijk tegelijkertijd. Ze lijkt wel niet wijs met een vreemde vent iets te gaan drinken. Maar opstappen kan altijd. Bedankt voor de koffie, leuk je ontmoet te hebben en dan gewoon weggaan. Met zo’n natte hond kan je beter in een strandtent zitten dan op de boulevard. Het wordt dus de strandtent. Trendy schudt zich lekker uit en gaat daarna braaf onder de tafel liggen. Lief beest, denkt zij. Lieve grijsblauwe ogen, ziet hij.

“Ellen, dit is niet echt een gewoonte van me hoor!” komt het er een beetje verontschuldigend uit. “Maakt niet uit, we hadden allebei toch zin in koffie”, waarom zegt hij dat, denkt ze. Is het uit beleefdheid, of is het echt voor hem zo’n uitzondering? Ze heeft nu geen behoefte om haar hoofd daarover te breken. Het lijkt wel of de tijd eventjes geen rol speelt. Het gesprek gaat eerst over hun hobby’s, daarna over hun werk, hun leven. Het houdt niet op. Het zijn niet de dingen die ze aan elkaar vertellen, het is de ongedwongenheid, die maakt dat ze zich beiden prettig voelen. Bijna vertrouwd.
De zon schijnt nu door de wolken heen. De wind is gaan liggen.
Het gesprek verloopt nu kabbelend, net als de zee.
Ze lacht leuk en voelt zich op haar gemak, gaat het door Pieter heen. Hij lacht en geeft geestige antwoorden, registreert Ellen.
“Het is weer eens tijd om op te stappen” zegt ze onverwachts. “Ben hier vaak genoeg, misschien komen we elkaar wel weer eens tegen” en met een “bedankt voor de koffie” maakt ze aanstalten om op te stappen. Zou hij…?

”Wacht even, Ellen, ik geef je mijn mobiele nummer, als je wilt kan je me misschien eens bellen” en met een lach om haar zachte mond en een twinkeling in haar ogen neemt ze het papiertje aan en steekt het in haar zak. “Bedankt, nou dag hoor!”Nog één keertje omkijken, speelt het in zijn gedachten. Nog één keertje omkijken, toch een aardige knul. Ja, ze doet het … met een spontane zwaai als laatste groet. Hopelijk niet de laatste.

Zijn hart heeft hij al verpand. Aan haar. Ze wéét alleen niet dat ze het al gestolen heeft. Met een gevoel vol belofte stapt hij op.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
MIJN SCHADUW EN IK
 

MIJN SCHADUW EN IK

Op een zonnige herfstdag zit ik lekker na te zomeren in mijn tuin.
Nu even een kopje koffie halen ... wat gek ik zie geen schaduw!
Zal wel aan mijn ogen liggen. Gewoon geen acht op slaan. Maar de nieuwsgierigheid krijgt de overhand. Even iets lekkers voor bij de koffie halen. Nu zal ik er eens goed op letten. Ik kijk echt goed. Maar de schaduw is er wel maar niet bij mij. Nu moet het toch niet gekker worden! Het lijkt wel of deze een eigen leventje leidt. Ja hoor, ik zie hem gewoon bewegen, terwijl ik doodstil zit. 
Durf het niemand te zeggen, zal voor gek verklaard worden.
De gedachte laat mij niet meer los.
’s Middags moet ik nog wat boodschappen doen. Ga lekker lopen en dan stiekem even kijken of die schaduw er nog is. En dan stiekem even kijken of die bij mij blijft. En dan stiekem net doen of ik niets zie. Verdomd, de schaduw leidt wel degelijk een eigen leventje. Maar mij krijgt hij niet gek … Kijk gewoon een andere kant op.
De schaduw wéét waar ik naar toe ga. Loopt gewoon vooruit rechtstreeks de winkel in. Zal ik mijn eigen schaduw maar volgen?
Als ik weer uit de winkel loop, kijk ik weer eventjes om mij heen.
Niets te zien. Kom nou, we gaan toch geen verstoppertje spelen?
Nu snel naar huis, en boem de deur achter mij dicht. Ha, die ben ik mooi te slim af!
In de tuin aangekomen lijkt het wel of de schaduw mij staat aan te grijnzen. Hij ligt languit onder de tafel, speelt nu een spelletje met mij. Maar die vlieger gaat mooi niet op!
Ga naar binnen, achter de PC. Daar heb ik geen last van zonlicht of schaduwen. Dacht ik …
Maar wat zie ik nu? De schaduw zit in mijn scherm. Kijkt mij weer spottend aan. Maar ik laat niet met mij sollen. Klik op een ander programma, wéér die smoel. Klik op de foto’s, alweer die schaduw.
Nu vind ik het niet leuk meer. Ik haal een doekje en begin het scherm af te zemen. De schaduw trekt zich er niets van aan. Blijft maar grijnzen. Ik grijns terug. Trekt een andere grimas. Ik doe hem na.
Wie speelt nu met wie?
Het wordt avond. Als het zonlicht is verdwenen, moet de schaduw dat ook zijn. Had je gedroomd! Ik doe de televisie aan, wéér die schaduw met grijns. Ik negeer het. Kijk gewoon door de schaduw heen. Nu gaat hij met de acteurs van de film aan de gang. Dat wordt lachen. Hij beïnvloedt het acteren zodanig dat menigeen zijn tekst kwijt is.
Eerst dacht ik de dupe te worden van een flauwe grap, nu is het mijn beurt om te schateren. Het acteren wordt een rommeltje van jewelste. Wordt er een hand uitgestoken om een glas te pakken, grijpen ze in het niets. Wil een mond de ander kussen, staan ze hun eigen schaduw te zoenen! Tijden heb ik niet zo’n plezier gehad.
Wil iemand uit bad stappen, wordt de badhanddoek vanzelf vanuit de lucht aangereikt. Net iets te laat en zeker niet volgens het script, staat de acteur in zijn blote kont. De stemming stijgt ten koste van het peil. Geheel onverwachts komt er Storing even geduld a.u.b. op het scherm te staan. Wat jammer nou, het begon net leuk te worden.
Over naar een ander net. Daar begint de hele soap opnieuw. Mijn avond kan niet meer stuk.
Nadat ik de televisie heb uitgezet en aanstalten maak om naar bed te gaan komt mijn schaduw weer tevoorschijn. Loopt vóór mij uit de trap op. Wéét dus waar ik naar toe wil. Alwéér.
Ik sluit mij op in de badkamer, terwijl ik mijn tanden poets en even in de spiegel kijk, staart die grijns mij weer aan. Slapen nou, roep ik nogal luid tegen de spiegel. En verdomd, het werkt.
Zo, en nu naar bed, zonder mijn schaduw!

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
MIJN BESTE AANKOOP
 

MIJN BESTE AANKOOP

Misschien is het wel een klein beetje een afwijking. Wel een leuke.
Overal gaat ie mee naar toe. Voyeurisme ten top, maar dan niet in het geniep.

Ogen als scanners volgen alles wat maar enigszins de moeite waard lijkt. Of het nu mensen zijn, etalages of reclameborden …
Mocht je gespeend zijn van enig gevoel voor humor dan krijg je dat spontaan op je netvlies aangeboden.
Mocht je in mineur zijn, na een uurtje is dat helemaal in de vergetelheid geraakt.
Met je neus er bovenop en toch op een afstand.
Tijdloos en toch gedateerd.

Het is een aanschaf, maar dan héb je ook wat. Een hobby met oneindig veel mogelijkheden. Zo goed als kosteloos.
Kwamen er in het begin van de directe omgeving nogal eens verbaasde blikken. Zo van, daar heb je háár weer ... met haar onafscheidelijke schaduw. Moet dat nou? Ja, dat moet. Voor wie? Gewoon voor mezelf.
Nu is iedereen eraan gewend geraakt. Er komen zelfs voorzichtige verzoekjes binnen. Als het niet teveel moeite is, krijg ik er dan óók een ? Natúúrlijk ! Mag ik die in drievoud? Géén probleem!
Het onmogelijke doen wij direct.
Wonderen duren iets langer en op verzoek wordt er ook getoverd.

Mijn onafscheidelijke vriend heet Digi. Dat is zijn koosnaampje. Zijn werkelijke naam is digitale spiegelreflexcamera.
Jarenlang was dit een sluimerend verlangen geweest. Nu is dat verre verlangen omgezet in een “verknocht zijn aan”. Het klinkt als een relatie, maar dan eentje die nooit benauwend werkt. Eventjes geen zin, lens blijft dicht. Eventjes los, lens gaat open.
Zijn de resultaten niet wat je ervan verwacht, dan kan je alleen jezelf de schuld daarvan geven. Niks uit elkaar groeien, niks zeurend zelfmedelijden.

Het lijkt heel bizar, maar hij gaat zelfs mee naar het toilet als er een restaurant bezocht wordt. Stel je voor dat ie gestolen wordt!
Hij gaat alleen nooit mee in bad of naar bed. Dat is voor zijn “body” niet goed. Komt alleen maar ellende van. Kortsluiting of dienstweigering met een definitieve scheiding als gevolg.

Het lijkt bijna op een verslaving. Maar met dit verschil, van deze verslaving krijg je geen enge ziektes. Als ie niet meer kan of wil, dan zal de pijn van korte duur zijn want dan wordt er beslist een nieuwe aangeschaft. Daar zou ik mijn laatste euro’s voor uitgeven!

Wie zei dat liefde niet te koop was?

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
HET FOTOALBUM
 

HET FOTOALBUM

Altijd had hij al van die betoverende blauwe ogen gehad.
Hij kon er zo stralend mee de wereld inkijken. Stralend was ook zijn karakter.

Op één plekje in het fotoalbum gaapte een leegte … de ontbrekende foto.

Het was heet. Het was windstil. De mussen vielen van het dak. Met een boek en een drankje was het onder het zonnescherm best uit te houden. De telefoon verstoorde de serene stilte. “Ga je mee naar zee?” klonk het opgeruimd. Niet eerst een hallo of hoe gaat het ... zo was ze altijd. Heel direct. Daar hield zij van en hij ook. “Tuurlijk, nu meteen?” vroeg hij gretig. “Ja, haal je op” en klik de verbinding werd verbroken. Ten voeten uit..geen dag of geen tot straks. Zo was ze.
Zit je lekker stil in de tuin te genieten komt zij weer met haar frisse wind.

Zo onafscheidelijk als ze waren, zo onafscheidelijk was de camera er ook bij. Zij had ogen als een camera. Alles registreerde ze. Ook hem. Hij stond op haar netvlies gebrand. In alles was ze uitbundig. In praten, in eten en in seks. Altijd met een humoristisch randje eromheen. Hoe kon een mens leven zonder deze bruisende energie?
Want het kostte geen energie, het werd onuitputtelijk met een gul hart uitgedeeld. Onuitputtelijk waren ook haar impulsieve ideeën.
Onuitputtelijk liftte hij mee op haar frisse wind.
Het werden de mooiste jaren van zijn leven. En die van haar.
Totdat …

De dokter had het toch gezegd? Het kwaad was met wortel en al uitgeroeid. Chemotherapie? Overbodig. Hoefde niet. Ook niet voor de zekerheid. Alle angsten werden door haar weggekust en weggestreeld. Het hielp wel … eventjes.
Totdat er geen redden meer mogelijk was. Hij ging gewoon dood.
“Het gaat gebeuren, hou me vast” waren zijn laatste woorden. Met een gezicht dat naar haar straalde gleed hij weg. Die ogen zou ze nooit vergeten.

In de ontvangstkamer van het crematorium was de koffie vervangen door alcohol. Op zijn verzoek. Hij wilde dat het leven gevierd werd in plaats van zo’n akelige bedoening. Het liefst had hij gewild dat er gedanst werd op vrolijke muziek. Dat was één stap te ver. Het idee alleen al was typerend voor zijn karakter. En er moesten ook foto’s gemaakt worden. “Vaak naar kijken” had hij tegen haar gezegd. Hij wist hoe belangrijk het voor haar was om alles te vereeuwigen. Eigenlijk hoefde dat niet want hij stond al op haar netvlies. Maar ze moest het wel doen, had hij om gevraagd.
De meest innige opname had ze gemaakt toen hij thuis opgebaard lag, zijn blauwe ogen gesloten. Het resultaat was van onbeschrijfelijke schoonheid.
Het feest werd wat onwennig maar ingetogen gevierd. De alcohol werd geschonken en de foto’s gemaakt. In haar hart was hij al vereeuwigd. 
De ontbrekende foto van het album had zij hem als laatste gebaar geschonken. “Neem maar mee, ik zie toch liever jouw stralende ogen.”

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
WAT JE VÉR HAALT SMAAKT LEKKER
 
WAT JE VÉR HAALT SMAAKT LEKKER

Smaken verschillen. Dat is maar goed ook! Waar de een van gruwelt is voor de ander een delicatesse.
Over smaak valt niet te twisten.

Slakken. Op een schaaltje met veel knoflook.
Zo erg als het stinkt, zo fantastisch moet de smaak zijn.
Geef mijn portie maar aan Fikkie!
Over smaak valt niet te twisten.

Inktvis. Met de zuignappen gedrapeerd “op een bedje van sla”. In de horeca kunnen ze het zo leuk brengen. Wel eens zelf geprobeerd dit exotische beest te bereiden? Als je het niet goed doet smaakt het naar rubber.
Over smaak valt niet te twisten.

Kreeft. Een schitterend schild, extra bewerkt met een saus, waardoor de kleur je glanzend tegemoet straalt. De poten hulpeloos omhoog. Hoe eet je zoiets? Wat te zeggen over de inhoud. Veel geschreeuw en weinig lol.
Over smaak valt niet te twisten.

Mosselen. Vooral niet de sauzen vergeten. Ogen dicht en smullen maar ! En maar hopen dat er geen “verkeerde” tussen zit. Risico: dagen met een bloeddoorlopen oog voor gek te lopen.
Over smaak valt niet te twisten.

Oesters. Slurpen maar! Het fabeltje doet de ronde dat dit gerecht potentieverhogend werkt. Sensueel? Iemand dit wel eens elegant zien verorberen? Aan me hoela.
Over smaak valt niet te twisten.

Hete kip. Daar maak je vrienden mee. Je moet dan wel de Indonesische kookkunst beheersen. De een houdt van sambal de ander niet. Wel even van te voren afstemmen.
Over smaak valt niet te twisten.

Kofta. Een Grieks gerecht. Om je vingers bij af te likken.
Alles uit een pakje van Knorr. Dan hèb je ook wat. Kleine balletjes gehakt in een smakelijke saus, gegarneerd met feta, Griekse kaas.
Als je toetje dan ook nog bestaat uit Griekse yoghurt met honing en walnoten, dan kan je etentje niet meer stuk!
Over smaak valt niet te twisten.

Roti. Een Hindoestaans gerecht. Een pannenkoek waarin aardappels, kousenband en kip met kruiden gewikkeld worden. Met je handen eten, anders glipt alles er tussenuit. Voor de doorsnee Nederlander even wennen.
Over smaak valt niet te twisten.

Kip Madras. Ook in India weten ze van wanten. Zachte stukjes vlees gemarineerd met een milde saus gegarneerd met ananas. Zeker een aanrader!
Over smaak valt niet te twisten.

Voor de visliefhebber, restaurants genoeg ...
Voor de overige gerechten: als deze menukaart je bevalt, kom eens bij mij eten!

Antoinette Oosterveer 

 
  naarBoven  
DE DROOM
 

DE DROOM

Noem het een bewustzijnstoestand tussen werkelijkheid en droom. Ik voelde me ongelooflijk licht worden en steeg langzaam van de grond. Dit was altijd al een heimelijke wens geweest. Wat voelde ik nu achter mijn schouders kriebelen? Ik keek om en ja … had letterlijk en figuurlijk vleugels. Nu kon ik overal naar toe vliegen. Tijd en afstand zouden geen rol spelen. Vaak had ik dagdromen hoe het zou zijn als ik zelf vleugels zou hebben zoals de zeemeeuwen, die suizend aan kwamen vliegen en zich dan op de wind lieten meevoeren. Nu mocht ik het zelf beleven. En dat zou ik doen ook!

Ik hoefde niet lang na te denken wat mijn eerste bestemming zou zijn. Eerst naar mijn vrienden de zeemeeuwen, hoefde nu niet meer afgunstig te zijn, kon gewoon in formatie meevliegen. Het strand dat ik altijd vanaf de grond had gezien werd voor mij een super sensatie. Met de groep mee vloog ik over mijn allerliefste juttersmuseum. Ja hoor, er stond weer een humoristische tekst bijgeschreven. Over een cursus die helaas niet doorging. Leuk hoor, een van hen te zijn met het verstand van een mens. Op naar het volgende doel, een vreemde locatie dit keer. Toch niet vanuit hun standpunt bekeken, de visafslag. Nu hou ik in mijn normale leven niet van rauwe vis, maar ik deed gewoon mee. Lekker schrokken en oppikken wat er over was. Het smaakte zelfs lekker. Gek hoor. Nooit gedacht.

Na een poosje was ik het groepsverband zat. Ik wilde dichter bij de mens komen. Ik denk dat ik de enige was. Ze dachten vast en zeker dat ik bijzonder was, want normaal zijn meeuwen best wel mensenschuw. Ja hoor, in plaats van een koerende duif belandde ik op een vensterbank van een hotel. Kon net doen of ik het niet door had. Het stel was tot over hun oren verliefd, was ik zomaar een voyeur geworden. Wisten zij veel. En dan op naar mijn huis. Dat wilde ik wel eens van bovenaf zien. Wat een schattig tuintje zo van veraf. Er was niemand thuis, dus ik bofte. Kon nu eens vanuit een ander gezichtspunt de boel bekijken. Moest toch eens iets aan die border doen. Dat was van latere zorg. Eerst lekker vliegen.

Maar als je nou moe wordt, hoe en waar blijven die meeuwen dan? Ik moest wel terug naar het strand om het uit te vinden. Ja hoor, daar zaten ze. De een op een meerpaal, een ander op het dak van een strandtent. Met de kop in de veren. Moest ik ook maar eens doen. Na een hele lange nacht, waar ik het wonder boven wonder niet eens koud had gehad kon ik mijn veren weer uitschudden en op zoek gaan naar voedsel. Een schitterend schip met een sleepnet vol vis verscheen aan de horizon, dat moest een culinaire vreugde worden. En dat werd het ook. Wat een gekrijs en gefladder. Maar ieder kreeg zijn deel. Een mannetje zag mij wel zitten. Maar ik hem niet. Niet dat hij niet vol genegenheid zat, maar ik wist dat ik weer terug moest in mijn mensenlijf. Althans, dat vermoedde ik. Wat moet je dan met meeuwenjongen? Wie moest er dan voor zorgen? Gelukkig waren er andere gegadigden, dus er was keus in overvloed.

Ineens wilde ik weer terug naar mijn mensenleven, mijn mensenhuis en mijn mensenfamilie. Wat gek, ik werd als het ware teruggezogen als een magneet naar mijn huis. Ik belandde op de vensterbank van mijn slaapkamer, het bed lag opengeslagen. Ik vloog op mijn matras en ineens was ik mijn vleugels kwijt. Met een plof belandde ik op mijn kussen en schrok. Verbaasd maar heel gelukkig weer mens te zijn. Deze ervaring zou niemand geloven, maar kon niemand mij meer afnemen. Een tijdloos geluksgevoel.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
DE VERDWENEN BRIEF
 

DE VERDWENEN BRIEF

Tante dacht zo slim te zijn dat ze haar erfenis in “stukjes aan toonder” had veilig gesteld. Dat is bijna vragen om moeilijkheden, maar ja, die successierechten, hè? Haar enige erfgenamen waren haar neef en nicht die het samen uitstekend konden vinden. Die moesten het dan onderling maar uitzoeken. Dat is zeker vragen om moeilijkheden. Ze had het zo aan beiden in vertrouwen “terloops” medegedeeld. De tijd verstreek en het onderwerp speelde jaren niet meer. Totdat …

Tante had een paar lopende financiële zaken die nog moesten worden afgehandeld. Tante had een huis, waar meubels in stonden waar niemand interesse in had. Het moest worden leeggeruimd en niemand beter dan neef Jan vond dat hij dat kon dat regelen, die had daarvoor energie genoeg. Jan nam de lopende zaken op zijn nek. Jan nam het leegruimen op zijn bult. En wat voor een bult! Voor de buitenwereld deed hij het voorkomen alsof het een vervelende, doch noodzakelijke verplichting was. In werkelijkheid barstte hij bijna van nieuwsgierigheid. Zou ze misschien toch….?
Eerst de paparassen in veiligheid brengen. Dan kon hij later altijd nog openheid van zaken geven aan zijn nicht. Of niet. Wie het eerst komt…
De hebzucht speelde de overhand. De verbazing was er niet minder om. Ja hoor, daar was de langverwachte brief. Hij scheurde hem met trillende vingers open. De sleutel van de kluis kon bij de bank worden opgehaald met de brief als bewijs. Neef Jan kon zich niet bedwingen en met de overlijdensadvertentie, zijn paspoort en de brief had hij toegang tot de kluis. Een wat vormelijke heer van stand begeleidde hem en de kluis werd geopend. Welke schat zou hij aantreffen?
Daar lag de brief. Een wel heel dunne envelop. Zijn naam stond erop dus openen. Een dunne velletje papier met slechts één woord “Gefopt!” Dit moest tante van te voren goed hebben ingeschat.
Toch maar niet vertellen aan nicht Sophie. Om je kapot te schamen. Een afgang van de eerste orde. Tante bleek minder aardig dan hij zich had voorgesteld. Maar tante was beslist niet op haar achterhoofd gevallen. Die moest meer pijlen op haar boog hebben gehad. Maar hoe moest hij dit ter sprake brengen bij nicht Sophie? Zou zij ook gefopt zijn? Toch maar het stilzwijgen bewaren. Beter om niet af te gaan. Zijn ego had al genoeg te verduren gehad. Stel dat zij…

Maar Sophie was zich geen kwaad bewust. Die was er gewoon niet mee bezig. Die was niet nieuwsgierig en zeker niet hebzuchtig.
Nu was zij aan de beurt om zich te verbazen. Een brief van de notaris, met een uitnodiging op zijn kantoor te komen om de erfenis van tante te bespreken. Alleen of zouden er nog meer mensen komen? Hoe kon dat nou, tante wilde toch niets officieel? Gewoon neef Jan bellen, die was er vast ook bij. Jan werd door haar gebeld en deed heel verrast. Hij had ook een uitnodiging gekregen. De huichelaar speelde het spel mee.
Bij de notaris aangekomen brak het zweet wel hem maar niet haar uit. Er lag een videoband klaar. Dit moest alles verduidelijken.
Met een schok kwam tante heel opgewekt in beeld. Die tante toch!
Samen luisterden ze gespannen naar wat tante te melden had.
Dat was dus niet mis. Diegene, die de brief van de bank het eerste had gelezen en zonder een ander familielid in te schakelen naar de bank was gegaan kon fluiten naar de erfenis. De mond van neef Jan viel open van opperste verbazing. Zijn hebzucht werd afgestraft. Hij had er geen rekening mee gehouden dat de bank instructies moest uitvoeren als er maar één persoon de zuinig bewaarde brief in handen kreeg. Bij twee personen zou er een andere kluis geopend worden, waar de brief van de notaris in lag.
Tante had haar neef goed ingeschat. Nicht Sophie wist niets van een bestaande, laat staan een verdwenen brief. Neef Jan durfde geen openheid van zaken te geven. Tot op de dag van vandaag is er met geen woord over gerept. Nicht Sophie kreeg haar op naam benoemde deel en neef Jan had het nakijken.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
HET VERBODEN BOS
 

HET VERBODEN BOS

Alles wat verboden wordt maakt mij altijd ontzettend nieuwsgierig.
Verborgen geheimen? Enge dingen misschien? Waar zou ik nu nog van ondersteboven kunnen raken …
Het ging al aardig schemeren. Toch moest ik nog een eindje fietsen.
Het ging me niet snel genoeg. Krak, wat hoorde ik nu? Nee hè, niet nu … Gelukkig geen lekke band, maar een afgelopen ketting. Eventjes er opnieuw omheen en dan weer verder. In de nabije struik hoorde ik iets ritselen. Ga toch weg, je ziet spoken, hoorde ik mezelf denken.
Plotseling zag ik een schim wegduiken. Nee, niet van een mens. Het was iets anders. Maar wat dan?
Nieuwsgierig als ik was, bleef ik toch nog even kijken en dat had ik nu niet moeten doen. De schim werd een schaduw. De schaduw werd … zag ik het goed? Iets dat het midden hield tussen mens en dier. Dat had ik vast en zeker niet goed gezien. Nog eens goed kijken.
Ja, dat had ik al eens op een plaatje gezien. Een mannelijk lichaam met de onderkant van een paard … met vleugels.
Pegasus ten voeten uit. Nou ja, hoeven dan. 
Daar wilde ik meer van weten. Deed een paar passen vooruit en kon hem bijna aanraken. Hij verstarde niet maar bleef mij nieuwsgierig aankijken. Had ik nu mijn camera maar meegenomen. Niemand zou mij thuis geloven. Ik raakte hem aan en er ging een lichte huivering door hem heen. Zou hij? Zijn hoofd draaide enigszins naar zijn achterkant. Was dit een uitnodiging? Zou ik het erop wagen? Met een vragend gebaar naar zijn rug, kreeg ik antwoord dat lag tussen gesnuif en geproest in. Laat ik het erop wagen. Ik klom op zijn rug en ineens stoof hij weg. Moest me verdomd goed vasthouden.
Hoe moest ik nu communiceren? Met mijn benen natuurlijk!
Vasthouden kon ik alleen maar aan zijn manen. Met zachte woordjes maande ik hem tot kalmte. Ja hoor, het hielp. Zou hij mij verstaan?
Toe, ga maar rustig verder, maar breng mij wel weer terug. Ja maar waarheen terug? Mijn fiets kon mij gestolen worden. Dit maak je niet iedere dag mee. Wat kon mij het schelen, als ik wilde sprong ik er gewoon vanaf. Maar ik wilde dat niet, ik wilde avontuur. Dat kon ik krijgen ook.
Steeds verder gingen we het bos uit. Ineens hoorde ik een soort gefladder. Er ging een lichte trilling door zijn vleugels en daar ging hij, zonder enige moeite de lucht in. Dat was helemaal het einde!
We vlogen! Onder mij zag ik het bos, de rivier en de dammen. Wat een schoonheid. Wat een sensatie. Tijd werd onbelangrijk. Die gedachte viel gewoon weg. Het voelde als onbegrensd geluk.
Hoe kon dit verboden zijn? Welk geheim school hierachter? We naderden een ander bos. Ineens landden wij vlakbij een open plek bij een rivier, omheind door hoog riet. Daar zag ik zoiets wonderschoons. Veulens … van hetzelfde soort, met vleugels. Zonder enige argwaan rondlopend in hun eigen paradijs.
Nu begreep ik het. Dit was beschermd gebied. Geen mens mocht hier ooit een stap zetten, anders was de betovering verbroken. Ik zette dan ook geen stap en bleef ademloos op de rug van mijn bijzondere vriend zitten. Ik aaide zijn manen en zijn hoofd. Daarna schoot hij als een pijl weer in de lucht en vertrok naar ... ja ik kon het weten.
De weg terug deed een beetje pijn in mijn hart, maar ik had mogen delen in een geheim dat ik nooit in mijn leven zou verklappen.
Aan de rand van het mij wel bekende bos werd ik weer zachtjes met beide benen op de grond gezet. Nog één aai. Nog één knuffel als afscheid. Dankjewel.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
DIEREN
 

DIEREN

Alle puppies zijn vertederend. Dat geldt ook voor mensen.
Rot honden bestaan niet. Valse honden ook niet. Die worden zo gemaakt door de eigenaars. Rot kinderen bestaan ook niet. Die … juist!
Ik heb een vriendin die gek is op haar dieren.
Ze verstaan haar werkelijk. Nu heeft ze een Jack Russel die zich over een jonge kat ontfermt alsof hij de ouder is. Eerst grommen als die kleine iets doet wat niet mag, daarna een zet met zijn snuit en woeps, daar tuimelt het wurm op de grond. Met geschrokken en onschuldige oogjes kijkt hij dan even rond maar doet het geen tweede keer meer.

Een dier zal nooit doden om het doden. Altijd uit zelfbehoud. Bij een gevecht om een wijfje zie je dat goed. De verliezer vertoont onderdanig gedrag of druipt af, meestal redt hij daarmee het vege lijf. Als een dier eten moet pakt hij altijd de zwakste schakel uit een groep en neemt niet meer dan hij nodig heeft. Als er een nest met jongen een exemplaar bevat, dat niet levensvatbaar is, wordt het gewoon aan zijn lot overgelaten. Het lijkt hard voor menselijke maatstaven. Maar de onze mag je niet vergelijken met de dieren. En daar zit nu juist het probleem. Mensen gaan met dieren om alsof het mensen zijn. Of mensen gaan met mensen om alsof het dieren zijn. Soms is het een substituut voor het ontbreken van de nodige aaibaarheid. En andersom. Nooit aangeraakt, niet geleerd. De gevolgen zijn rampzalig.

Een dier moet al heel jong leren om zelfstandig te worden. Ik heb eens een vogelmoeder geobserveerd die voordeed hoe je eten moest zoeken. De kleine stond er bij en keek ernaar. Even later vloog de moeder weg. Je weet nu hoe het moet, doen dan. Eerst een paar stuntelige pogingen, maar warempel dan lukt het! Als er gevaar dreigt en je kan het vege lijf niet redden, dan ben je voor de poes. Zo simpel is dat.
National Geographic heeft regelmatig prachtfilms, waarin je heel goed ziet hoe het in de natuur aan toe gaat.
Zoals een apenmoeder die een banaan zit te eten. En die kleine maar aan haar arm trekken. Die wil gewoon ook een stukje. Niets ervan. De moeder doet het voor waar en hoe je die banaan moet vinden, dan moet je maar goed kijken.
Gevolg is dat binnen een maand het wurm zelf gaat zoeken naar voedsel. Wat een verschil met ons mensen.

Ooit was er eens een experiment wat ik hartverscheurend vond. Een aapje werd bij de warme zachte moeder weggehaald en in een kooi helemaal geïsoleerd gezet. Twee nepmoeders vulden de kale kooi. Een warm wollig exemplaar en een gemaakt van gaas zonder wol met een flesje melk.
Aan de wollen moeder werd angstvallig vastgeklampt en de nepmoeder met het flesje voedsel werd eventjes bezocht, vanwege de grote honger, maar daarna volledig genegeerd. Het bijkomende gevolg was dat ook het sociale isolement funeste gevolgen had voor zijn hele leven. Kon niet meer functioneren binnen een groep. Kende de codes niet, had geen voorbeeld gehad, werd daarom genegeerd en in het ergste geval verstoten door de groep.
Geldt dat ook niet voor mensen?

Katten zijn ook zo’n geweldig fenomeen. Ze voelen niet alleen met hun snorharen. Ze weten meer dan wij vermoeden. Bij een sterfgeval binnen de familie was hij dagenlang van slag. Geen gemiauw, geen kopjes geven. Volledige stilte. Als een standbeeldje bleef hij op een plek zitten. At en dronk een week lang niet. Was ontroostbaar. We konden hem aaien of toespreken. Niets hielp. Het beestje bleef doodstil zitten. Onderging zijn eigen rouwproces.

Op dieren raak je nooit uitgekeken. Maar ... je moet wel goed kijken “ter leering en de vermaack”.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven  
DE IDEALE VAKANTIE
 

DE IDEALE VAKANTIE

Op vakantieposters zie je vaak schitterende palmenstranden met een azuurblauwe zee. Dat wilde ik ook wel eens beleven. Het heeft lang geduurd maar het bleef dus niet bij dromen alleen. Een subtropisch klimaat met subtropische drankjes en exotische mensen en bloemen. Het was er allemaal. In duizelingwekkende kleuren en geuren hevig aanwezig.

In het vliegtuig naar Bonaire zaten twee jonge mannen naast me. Een ervan bekende dat hij voor het eerst vloog. Verwachtingsvol keek hij zijn ogen uit. Ik vroeg heel spontaan of hij niet een poosje bij het raam wilde zitten. Ja hoor, graag! Toen vroeg ik wat hun bestemming was. Curaçao. Heel naïef bleek later, vertelde ik dat ze wel heel goed moesten oppassen: drugsdealers op elke hoek van de straat. En vooral je geld in de gaten houden… enz. Daarna pas vroeg ik of ze op vakantie gingen. Nee, ze waren rechercheurs, ze moesten ter plaatse instructielessen geven om de criminaliteit te bestrijden. Konden en mochten er niet veel over vertellen. Het schaamrood vloog op mijn wangen. En ik maar “moederen” en die broekies waarschuwen! Onbedaarlijk hebben we er om gelachen.

In Bonaire voelde het alsof je in een warm bad stapte. Een zacht briesje streelde mijn zintuigen. Nu begreep ik waarom het benedenwindse eilanden genoemd wordt. De Dividivi bomen staan allemaal met de kruinen naar een richting gegroeid. De zee is gekleurd van azuur tot turkoois blauw. Het bestaat dus echt. De kleuren deden pijn aan mijn ogen, of was het de emotie die mij overmande?

Mijn oudste zoon, die daar toen een paar jaar woonde, heeft mij een paar onvergetelijke weken bezorgd. Hij heeft mij met een houding rondgereden alsof hij de schepper van het eiland zelf was. “Mam, kijk eens, een leguaan, daar een ezeltjesopvangcentrum, heb je wel eens zulke reuze cactussen gezien?” Zo ging het maar door, flamingo’s met hun roze veren, die ze kregen van het eten van garnalen in zout water. Een allerliefst vogeltje suikerdiefje of Baktabahri genoemd, de zoutpannen, de slavenhuisjes, de haven en de boulevard. ’s Avonds lekker in een hangmat weer eens gewiegd worden als een baby, met boven je een sterrenhemel, waarvan ik vergeten was hoe dat er uitzag. Snorkelen, duiken, koraalriffen en vissen met de mooiste kleuren. Net een tropisch aquarium, maar dan een beetje groter.

Een bezoek aan Klein Bonaire, een ongerept eilandje dat door Nederland is aangekocht om het koraalrif te beschermen. Dit was zeker de moeite waard. Een kwartiertje met een boot en na een paar uur word je weer opgehaald.
Alleen op de wereld lijkt het wel.
Schitterende vissen, die tussen het koraal flitsen en krabben die als maanwagentjes over het zand hun weg vervolgen.

De cruiseschepen, die je bijna kunt aanraken langs de boulevard. Een miniatuurpiertje waar je een heerlijk helder, peperduur biertje kan drinken. Want duur is het er. Alles moet naar dit eiland worden geïmporteerd. De auto’s zijn oude barrels, die eindeloos meegaan.
Het stikt er van de Amerikanen, als die gaan duiken hebben ze een uitrusting aan met messen langs hun benen gebonden alsof ze op haaienjacht gaan. Terwijl er geen haai te bekennen valt.

Het leukste vond ik in het weekend een bezoek aan Lac Cai. Daar stond onder een armetierig strooien dak een geïmproviseerde lokale band. En een lijven dat ze hebben, en dansen en drinken dat ze kunnen! Daar de onverharde wegen vol gaten zitten, waar je als een slalom omheen moet laveren, valt het gewoon niet op als ze dronken achter het stuur naar huis crossen. En dan niet te vergeten het Nationale Park. Niet dat daar veel te beleven valt, de wegen zijn slecht maar de natuur is ongerept. Langs de kust wordt wel gebouwd, maar beslist geen hoogbouw. Veel rijke villa’s en Resorts bestaande uit bungalows en hotels met prachtig aangelegde tuinen vol geurige bloemen.

’s Morgens vroeg lekker wandelen langs die oogverblindende zee en heerlijk surfen in zulk ondiep water, dat zelfs kleine kinderen daar ongestoord van kunnen genieten. Jibe City heet de surfschool, gerund door Nederlanders, zoals ook de horecazaken door Nederlanders worden geëxploiteerd. Mocht er criminaliteit bestaan, dan is daar weinig of niets van te merken. Voor een doorsnee toerist is het eigenlijk een beetje saai eiland, waar niet zoveel te beleven valt, maar als je gek bent op fotograferen en wandelen, surfen, snorkelen of duiken en als je van de rust houdt, dan is dit een paradijs. En het eten is goed. Het exotische fruit staat hoog opgestapeld. Ik heb zelfs bij particulieren in hun tuin kokospalmen gezien. Zo rijk als de natuur aanwezig is, zo arm is de doorsnee bevolking. Maar ze kunnen plezier maken en genieten van het leven en van elkaar. Tijd bestaat dan niet meer. De ideale vakantie.

Antoinette Oosterveer

 
  naarBoven