Terug

 

 

A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
IJ Z blanko

Zoeken

 

KLIK OP EEN TITEL OM TE OPENEN
KLIK NOGMAALS OM TE SLUITEN

B

BABY-VERSJE
 

Broertje mag ik eens dansen

Ik heb zo'n mooie schoentjes aan

En de lintjes hangen te waaien

Van joep, joep, joep, joep, joep

BANGE FRITS
 

Frits wou op de zolder slapen

Op zijn kamer was 't zo heet

Dat hij van hitte en zweet

Heel de avond lag te gapen

 

Goed, zei moeder, doe het maar

O, wat vond ons ventje 't naar

Z'n beddeke zeide: Kriep

De muisjes zeiden: Piep

 

Trip-trap-trip-trap, het ratje

Miauw-miauw, het katje

Twee oogjes staan te flonkeren

Daar midden in den donkere

 

De boeman komt naar 't bedje toe

En roept héél zachtjes: Kiekeboe

Van sim, sam, solder

Wie slaapt hier op de zolder

BELLEN BLAZEN
 

We zaten laatst tezamen thuis

En hadden weinig pret

We dachten: Was de dag maar om

Dan gingen wij naar bed

 

Doch vader kwam en riep: Hallo

Vraag moeder om wat sop

Hier heb je elk een lange pijp

Laat nu maar bellen op

 

Daar gingen zij als luchtballons

Zo statig mooi omhoog

Wij keken wie de grootste blies

En welke ‘t verste vloog

 

Ze waren mooi; rood, groen en blauw

Met ons portret er in

We wilden nu niet graag naar bed

Elk had het naar zijn zin

 

Mijn jongste broer had wat een schik

Hij ving ze met zijn pet

En als ie er een te pakken kreeg

Dan gierde hij van pret

 

Hoor jongens, knikkeren doe ik graag

Van tollen houd ik 't meest

Maar als ik bellen blazen mag

Dat is het grootste feest

BEN JE BOOS
 

Ben je boos

Pluk een roos

Zet die op je hoed

Dan ben je morgen weer goed

BEREND BOTJE
 

Berend Botje ging uit varen

Met zijn scheepje naar Zuid-Laren

De weg was recht, de weg was krom

Nooit kwam Berend Botje weerom

 

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven

Waar is Berend Botje gebleven

Hij is niet hier, hij is niet daar

Hij is naar Amerika

BIEBELEBOM
 

Op de Biebelebomse berg

Staat een Biebelebomse huis

In dat Biebelebomse huis

Wonen Biebelebomse mensen

En die Biebelebomse mensen

Eten Biebelebomse pap

Met een Biebelebomse lepel

Uit een Biebelebomse nap

BOERINNETJE
 

Mijn zusje kreeg van Sinterklaas

Twee emmertjes van blik

Twee emmertjes van blik

En ook een houten juk erbij

Wat was zij in haar schik

Wat was zij in haar schik

 

Nu speelt ze voor boerinnetje

De handjes in haar zij

De handjes in haar zij

Gaat zij naar moe en zegt: Mevrouw

Koopt u wat melk van mij

Koopt u wat melk van mij

 

Wel ja, zegt moe, boerinnetje

Kom jij maar even hier

Kom jij maar even hier

En geef mij in dit kannetje

Fluks voor een cent of vier

Fluks voor een cent of vier

 

Dan telt moe haar, zo voor de grap

Vier centen in de hand

Vier centen in de hand

En zus zegt: Dank u wel, mevrouw

Nu ga ik weer naar mijn land

Nu ga ik weer naar mijn land

BOTERHAMMEN MET MUISJES
 

Ons Jantje was eens jarig

Moe gaf de kleine man

Een boterham met muisjes

Wat smulde hij daarvan

 

Maar toen hij de andere morgen

Een droge boterham zag

Vroeg hij aan moe wéér muisjes

Net als de vorige dag

 

Welnee, zei moe, die krijg je

Alleen wanneer je jarig bent

Dan wil ik jarig wezen

Dat gaat niet, kleine vent

 

Toen werd ons Jantje ondeugend

Hij trok een lip en zei

Toch wil ik jarig wezen

En muisjes wil ik erbij

 

Niets hielp er aan zijn dwingen

Jan werd naar school gebracht

Moe zette Jantjes boterham

Bedaard weer in de kast

 

Maar Jantje, vroeg de zuster

Waarom heb jij verdriet

Ik wou graag muisjes hebben

En toch kreeg ik ze niet

 

De zuster en de kinderen

Ze lachten allen luid

Wie kreeg er muisjes, vroeg ze

Wel, niemand, zei een guit

 

En wie van onze kinderen

Heeft wel gehuild daarom

Natuurlijk ook weer niemand

Jan vond zichzelf heel dom

 

Al heel gauw kreeg hij honger

Maar ach, zijn brood stond thuis

De zuster had geen boterham

Wat wou hij graag naar huis

 

Daar sloeg het eindelijk twaalf

Wat draafde kleine Jan

Hij vroeg, zodra hij thuiskwam

Aan moe zijn boterham

 

Wel zeker, zei toen moeder

Die staat nog in de kast

Maar steeds nog zonder muisjes

Dat weet je, wis en vast

 

Dat kan me heus niets schelen

Hij hapte nu terdeeg

En in één ogenblikje

Was 't hele bordje leeg

BUURPRAATJE
 

Ze zaten te buurten

Veel vogels bijeen

Ze zongen, ze floten

Vertelden, genoten

Daar zweeg er niet een

 

't Was mooi om te horen

Dat lustig gesnap

Sjief, sjief, kwamen de mussen

Gebabbeld ertussen

En …… uit was de grap