Terug

 

 

A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
IJ Z blanko

Zoeken

 

KLIK OP EEN TITEL OM TE OPENEN
KLIK NOGMAALS OM TE SLUITEN

G

GEBEDJE VOOR DE OUDERS
 

Lieve Heer

Ik kniel eerbiedig neer

't Hartje vol vertrouwen

Handjes saamgevouwen

 

Oogjes neergeslagen

Komt uw kind iets vragen

Zegen Heer

Voor vader, moeder teer

 

Wil nog vele jaren

Hen gezond bewaren

Wil hen 't goede Ionen

Dat ze mij betonen

 

O, dat ik nimmer hun goed hart vergete

Altijd danke weten

Altijd vreugde geven

Naar hun lessen leven

GEITJE, GEITJE, MEK, MEK
 

Geitje, geitje, mek, mek, mek

Waarin heb je toch zo'n trek

Ik zit niet gaarne aan een touw

Weet je wat ik liever wou

 

Ik liep zo graag eens door de wei

Alle koetjes lopen vrij

Ik ben toch evengoed als zij

Ik geef ook melk, en Iet eens op

Ik heb ook horens op mijn kop

 

En mijn huid en prachtig haar

Ik ben een nuttig dier, nietwaar

En dat je mij wat mager vindt

Nou, dat is mijn schuld niet, kind

Geitje, geitje, mek, mek, mek

Waarin heb je toch zo'n trek

Ik zit niet gaarne aan een touw

Weet je wat ik liever wou

 

Ik liep zo graag eens door de wei

Alle koetjes lopen vrij

Ik ben toch evengoed als zij

Ik geef ook melk, en Iet eens op

Ik heb ook horens op mijn kop

 

En mijn huid en prachtig haar

Ik ben een nuttig dier, nietwaar

En dat je mij wat mager vindt

Nou, dat is mijn schuld niet, kind

GERSTEBIER VAN KYRIË
 

Het hermenieke van Bergeijk

Dè speulde toch zo schoon

En ze hebben saam geklonken

Ze hebben saam gedronken

Van 't gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië eleison

 

De pastoor van Bergeijk

Die is er toch zo rijk

En als ie komt te sterven

Drinkt heel Bergeijk van d' erven

Van 't gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië eleison

 

En de koster van Bergeijk

Die vergat 'ne keer een lijk

Want hij had te veul geklonken

Hij had te veul gedronken

Van 't gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië eleison

 

En den dokter van Bergeijk

Die hee haost gin praktijk

Want hij kan zo vlug nie wezen

Of ze zijn alweer genezen

Van 't gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië eleison

 

En het raodhuis van Bergeijk

Dè is 'ne kelder rijk

En in die grote kelder

Daor schuimt het toch zo helder

Van 't gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië

Gerstebier van Kyrië eleison

GESCHIEDENIS VAN DE DUIMZUIGER
 

Piet, zei moeder, kom eens hier

'k Moet even naar de kruidenier

Pas jij nu netjes op het huis

'k Ben over een kwartiertje thuis

 

Maar steek je duim niet in de mond

Je weet, dat is heel ongezond

'k Waarschuw je voor 't laatst nu Piet

Als de kleermaker je ziet

 

Wel dan knipt hij je voor straf

Allebei de duimen af

Net was moeder om de hoek

Of Pieters duim ging weer op zoek

 

O wee, daar vliegt de deur al open

En wie komt er aangelopen

Met een kanjer van een schaar

O Pietje, Pietje, berg je maar

 

Knip en knap, daar zijn, och heden

Beide duimpjes afgesneden

En Pieter, half verlamd van schrik

Voelt wel de pijn, maar geeft geen kik

 

Kijk, hier zie je Pieter staan

't Lachen is hem wel vergaan

Tel zijn vingers maar eens goed

En zorg dat jij zo dom niet doet

Piet, zei moeder, kom eens hier

'k Moet even naar de kruidenier

Pas jij nu netjes op het huis

'k Ben over een kwartiertje thuis

 

Maar steek je duim niet in de mond

Je weet, dat is heel ongezond

'k Waarschuw je voor 't laatst nu Piet

Als de kleermaker je ziet

 

Wel dan knipt hij je voor straf

Allebei de duimen af

Net was moeder om de hoek

Of Pieters duim ging weer op zoek

 

O wee, daar vliegt de deur al open

En wie komt er aangelopen

Met een kanjer van een schaar

O Pietje, Pietje, berg je maar

 

Knip en knap, daar zijn, och heden

Beide duimpjes afgesneden

En Pieter, half verlamd van schrik

Voelt wel de pijn, maar geeft geen kik

 

Kijk, hier zie je Pieter staan

't Lachen is hem wel vergaan

Tel zijn vingers maar eens goed

En zorg dat jij zo dom niet doet

GESCHIEDENIS VAN DE WILDE JAGER
 

Eens trok de wilde jagersman

Zijn grasgroen jagersjasje an

Hij nam zijn bril en zijn geweer

En ook zijn hoedje met de veer

Zo trok hij door de velden rond

Of hij daar niet een haasje vond

 

Maar 't haasje school in 't groene kruid

En lachte stil de jager uit

Maar eindelijk werd de zon erg heet

De arme jager droop van 't zweet

Moe kroop hij in het groene gras

Met naast zich zijn geweer en tas

 

Nu had de jager 't naar zijn zin

Daarom sliep hij al heel gauw in

Dat zag de haas, de slimme guit

Heel stiekempjes sloop hij vooruit

Nam het geweer weg en de bril

En hield zich als een muis zo stil

 

Vlug heeft ons haasje voor de pret

De bril eerst op zijn neus gezet

Toen legde hij op de jager aan

Die ……. is er gauw vandoor gegaan

Hij liep en riep: Och, och

Mijn beste mensen, help mij toch

 

De jager rende door het gras

Tot hij weer bij zijn huisje was

Daar sprong hij, floep, met pak en zak

Voorover in de regenbak

't Was net bijtijds, want eensklaps …….. paf

Daar schoot ons haasje ook al af

 

Voor 't venster zat de jagersvrouw

Die juist haar koffie drinken wou

Het haasje schoot de kop in twee

O wee, riep ze verschikt, o wee

Ze bleef aan 't gillen, moord en brand

Met enkel 't oortje in haar hand

 

Maar ziet, vlak bij de regenbak

Daar zat in 't gras, op zijn gemak

Het zoontje van de grote haas

Die kreeg de volle laag, helaas

Hij riep: Wie heeft mij zo verbrand

En hield de lepel in zijn hand

GESCHIEDENIS VAN DE WREDE JAN
 

Kijk, dit is wrede Jan

Een echte nare dolleman

Vangt hij een vlieg, die slechte guit

Dan trekt hij haar de vleugels uit

Zijn speelgoed slaat hij kort en klein

Geen kat kan bij hem veilig zijn

 

En hoor toch eens, die stoute Jan

Plaagt zelfs zijn grote zus Suzan

Op zekere dag zag hij zijn hond

Die bij de pomp te drinken stond

Meteen kwam wrede Jan al aan

Om met zijn zweep het dier te slaan

 

De arme hond, die jankte zeer

Jan schopte hem wel twintig keer

Hap, greep de hond ons Jantjes voet

En beet die rakker toen eens goed

Jan gilde 't uit van pijn en schrik

En huilde bei zijn ogen dik

 

Fidel, de hond, die draafde leep

Heel gauw naar huis toe met zijn zweep

Ze stopten Jantje in zijn bed

Zijn voet was lelijk opgezet

De dokter gaf hem voor de pijn

Een fles vol bittere medicijn

 

Toen Jan daar zo te slapen lag

En onze slimme hond dat zag

Sprong hij op Jantjes eigen stoel

En at en dronk een heleboel

Een taart, een groot stuk leverworst

En limonade voor de dorst

GESCHIEDENIS VAN DE ZWARTE JONGENS
 

Een Moriaan, zo zwart als roet

Ging eenmaal wandelen zonder hoed

De zon, die scheen hem op zijn bol

Daarom nam hij een parasol

 

Daar kwam ook Frits naar deze kant

En hield een vlagje in de hand

Toen kwam de kleine Jan ter steê

Die bracht een lekkere krakeling mee

En eindelijk kwam de kleine Klaas

Dat was een rechte hoepelbaas

Het drietal jongens lachte luid

Het hoedeloze moortje uit

En spotte met zijn zwarte huid

 

Daar kwam de grote Nikolaas aan

Die had een inktpot voor zich staan

Zo groot, ja, groter dan de maan

Hij sprak: Komt kind'ren, hoort mij aan

En laat die moor met vrede gaan

Het is zijn schuld toch waarlijk niet

Dat hij zo zwart als steenkool ziet

 

Maar kleine Frits en Jan en Klaas

Die hoorden niet naar Nikolaas

De jongens spotten lustig door

Met onze arme zwarte moor

Toen werd de grote Nikolaas kwaad

Gij kunt het zien op deze plaat

Hij pakte fluks de jongens op

En smeet ze toen, hals over kop

In de inktpot neer, in 't zwarte sop

 

Eerst hoepel-Klaas, toen krakeling-Jan

En eindelijk ook de vlaggenman

Die stelde vreselijk zich teweer

En riep om hulp, wel twintig keer

Maar toch moest Frits, de schreeuwersbaas

Ook in de pot van Nikolaas

 

Hier gaan ze, zwarter nog dan roet

En dan het moortje zonder hoed

In 't zonlicht stapt de brave moor

De zwart geverfde knapen voor

't Was enkel door hun stout gespot

Dat zij geraakten in de pot

 

Dus, lieve kinderen, spot toch niet

Als gij iets vreemds aan anderen ziet

GUUSJE ZIET EEN NEGERJONGEN
 

Guusje ziet een negerjongen

Vol verbazing blijft hij staan

Zo een zwart gezicht te hebben

Dat staat Guusje wonder aan

 

Nooit hoeft hij zich dan te wassen

Vuil word je natuurlijk niet

Alle ongerechtigheden

'k Denk dat moeder die niet ziet

 

Kan ik zo'n gezicht ook krijgen

Vraagt hij aan het negerjoch

'k Vind het wassen zo vervelend

Toe zeg mij het middel toch

 

Nee, ik weet geen enkel middel

Zegt de neger met een lach

Maar op zwart zie je ook wel vlekken

Moeder wast mij iedere dag