Terug

 

 

A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
IJ Z blanko

Zoeken

 

KLIK OP EEN TITEL OM TE OPENEN
KLIK NOGMAALS OM TE SLUITEN

J

JAAP DE GROENTEBOER
 

Daar komt Jaap de groenteboer aan 

Met zijn ezelswagen

Voor de huizen blijft hij staan

En ik hoor hem vragen

 

Juffrouw, koopt u wat van mij

Erwten, bonen, selderij

Kijk maar in mijn manden

Alles is voorhanden

 

Juffrouw zie mijn waar eens na

Zeg wat moet er wezen

Wort’len, bloemkool, uien, sla

Alles uitgelezen

 

Twee bos wort’len? Dat is goed

Fris van kleur en suikerzoet

Juffrouw, o, wat zullen

Straks uw kind’ren smullen

 

Zie de mooie peulen daar  

Wilt u die niet kopen

Blijft de kar zo vol en zwaar

Dan wil Grauw niet lopen

 

Jaapje, neen vandaag niet meer

Morgen kom je wel eens weer

’k Zal het niet vergeten

Juffrouw, smakelijk eten

JAN ALS RUITER
 

Jan mijne man zou ruiter worden

Jan mijne man die had geen paard

Toen nam hij de kat en trok 'm bij zijn staart

Toen had Jan mijne man een paard

 

Jan mijne man zou ruiter worden

Jan mijne man die had geen zaal

Toen nam hij een ei en brak de schaal

Toen had Jan mijne man een zaal

 

Jan mijne man zou ruiter worden

Jan mijne man die had geen toom

Toen nam hij zijn jas en scheurde een zoom

Toen had Jan mijne man een toom

 

Jan mijne man zou ruiter worden

Jan mijne man die had geen spoor

Toen brak hij een pot en nam het oor

Toen had Jan mijne man een spoor

 

Jan mijne man zou ruiter worden

Jan mijne man die had geen zweep

Toen nam hij zijn hemd en scheurde een reep

Toen had Jan mijne man een zweep

JAN DE KAPPER
 

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven

Jan de kapper kwam mij tegen

Op een strooien bruggetje

Pijp in de mond, pak en das

Jan die dacht dat 't kermis was

De kermis wou niet duren

Toen ging hij naar de buren

 

De buren waren niet thuis

Toen ging hij naar de sluis

De sluis die was gesloten

Toen ging hij naar de boten

De boten kwam niet aan

Toen ging hij naar de baan

De baan die was te glad

Toen viel Jan op zijn gat

JAN DE SCHOENMAKER
 

Jan, kan je voor de juffrouw een paar schoenen maken

Jawel juffrouw, als ze maar op de leest willen raken

Van voren spits, van achteren smal

Jawel juffrouw, ik zal

Maar niet met wijde bekken

Dan zou ik met de juffrouw gekken

 

Wanneer kan de juffrouw ze komen halen

Als ze maar geld heeft om ze te betalen

Maar de juffrouw heeft nog geen geld ontvangen

Dan moeten ze maar in de winkel blijven hangen

 

Dag Jan van Loenen

Dag juffrouw zonder schoenen

Dag Jan Besteveld

Dag juffrouw zonder geld

JAN KARREKIET
 

Jan Karrekiet ging houtjes hakken

Keuken Miet ging pannenkoek bakken

De pan viel om

De koeken waren krom

En Jan Karrekiet die lachte erom

JAN KUKEL EN JAN KAKEL
 

Jan Kukel en Jan Kakel

Die gingen samen uit

 

Jan Kukel viel in 't water

Jan Kakel haalde hem eruit

 

Toen kwam Jan Smal

Die trok hem op de wal

 

Toen kwam Jan Maat

Die lei hem op de straat

 

Toen kwam Jan Stempel

Die lei hem op de drempel

 

Toen kwam Jan de Boer

Die lei hem op de vloer

 

En toen kwam Jan de Vet

Die lei hem in zijn bed

JANTJE ZAG EENS PRUIMEN HANGEN
 

Jantje zag eens pruimen hangen

O, als eieren zo groot

't Scheen dat Jantje wou gaan plukken

Schoon zijn vader het hem verbood

 

Hier is, zei hij, noch mijn vader

Noch de tuinman, die het ziet

Aan een boom zo volgeladen

Mist men vijf, zes pruimen niet

 

Maar ik wil gehoorzaam wezen

En niet plukken; ik loop heen

Zou ik, om een hand vol pruimen

Ongehoorzaam wezen …… neen

 

Voort ging Jantje, maar zijn vader

Die hem stil beluisterd had

Kwam hem in het lopen tegen

Vooraan op het middenpad

 

Kom mijn Jantje, zei de vader

Kom mijn kleine hartendief

Nu zal ik u pruimen plukken

Nu heeft vader Jantje lief

 

Daarop ging papa aan 't schudden

Jantje raapte schielijk op

Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen

En liep heen op een galop

JANTJES NIEUWE BROEKJE
 

Er was eens een haveloos ventje

Dat vroeg aan zijn moeder een broek

Doch de moeder verdiende geen centje

En vader was wekenlang zoek

 

Ach moeder, toe geef me geen standje

Er is in mijn broekje een scheur

De jongens op straat roepen:

Jantje, jouw billekes zien wij d’r deur

 

De moeder werd ziek van de zorgen

Lag stil en bedrukt in een hoek

Geen mens die haar centen wou borgen

En Jantje vroeg toch om z’n broek

 

Toen heeft ze haar rok uitgetrokken

De enigste die ze bezat

Ze maakte van stukken en brokken

Een broek voor haar enigste schat

 

Nu konden zij 't ventje niet meer plagen

Nu waren zijn beentjes niet meer bloot

En toen Jantje zijn broekje kon dragen

Ging moeder van narigheid dood

 

Ze stierf van het sjouwen en slaven

Vervloekt en verwenst door haar man

Toen Jantje haar mee ging begraven

Toen had ie zijn broekje pas an

JANTJES OFFER
 

Kleine Jan wou voetbal spelen

Moeder, zei hij, mag ik gaan

Met de bal in beide handjes

Bleef hij voor het ziekbed staan

Even trilden moeders lippen

Ach, hoe piepte moeders borst

Zachtjes hoorde 't ventje stamelen

Jongen, moeder heeft zo’n dorst

 

En buiten riepen de makkertjes

Zeg Jantje, kom je nu haast

Wij gaan dat lollige spel weer spelen

Dat lollige balspel van laatst

 

Moeder 'k zal je drinken geven

Jantje lei zijn voetbal neer

Haastig liep hij naar de keuken

Kwam met een glas water weer

Moeder sloot bedroefd de ogen

Schudde zachtjes met haar hoofd

Vader, zei ze, heeft vanmorgen

Sinaasappelen mij beloofd

 

En buiten riepen de makkertjes

Zeg Jantje, kom je nu haast

Wij gaan dat lollige spel weer spelen

Dat lollige balspel van laatst

 

Jan schrok, wat kon dat wezen

Vader was een jaar al dood

En zij leefden nu al maanden

In den allergrootste nood

Dagen was er al geen geld meer

Sinaasappelen kosten duur

Die goedkope van beneden

Waren slecht, en naar, en zuur

 

En buiten riepen de makkertjes

Zeg Jantje, kom je nu haast

Wij gaan dat lollige spel weer spelen

Dat lollige balspel van laatst

 

Eensklaps schoot hem iets te binnen

En hij nam zijn voetbal op

Toon, 'n buurjongen van boven

Wilde hem kopen voor een pop

Als hij zoveel geld bijeen had

Honderd centen, wat 'n schat

Kon ie de mooiste appelen kopen

Die de groentewinkel had

 

En buiten riepen de makkertjes

Zeg Jantje, kom je nu haast

Wij gaan dat lollige spel weer spelen

Dat lollige balspel van laatst

 

Heel voorzichtig sloop toen Jantje

Met zijn bal de kamer uit

Toen hij na een kwartiertje terug kwam

Had ie 'n mandje vol met fruit

Moeder, riep hij, o zo zachtjes

Moeder, kijk me nu eens aan

Maar 't bleef stil, zijn moeder keek niet

Rustig was zij heengegaan

 

En buiten riepen de makkertjes

Zeg Jantje, kom je nu haast

Wij gaan dat lollige spel weer spelen

Dat lollige balspel van laatst

 

In de woning van klein Jantje

Hingen de gordijnen neer

Zwarte mannen, naar en somber

Liepen haastig heen en weer

En er kwam een zwarte wagen

En er kwam een zwarte kist

Eindelijk kwam ook kleine Jantje

Van wiens offer niemand wist

 

En buiten stonden de makkertjes

Heel ernstig en droef bij elkaar

Ze namen netjes hun petje af

Voor Janneman's moederkes baar

JARIG JETJE
 

Jarig Jetje zou tracteren

Alle meisjes van de klas

Jetje had wat uitgekozen

Waar ze zelf zo dol op was

Ulevellen bracht ze mee

Ieder kreeg er minstens twee

 

Maar jawel, een stroom vriendinnen

Kwam ons Jetje tegemoet

Met de allerbeste wensen

Werd de jarige begroet

En ze vroegen wat zij had

Wat daar in dat zakje zat

 

Ulevellen …… even proeven

Eentje kwam er niet op aan

Nog een …… Jetjes ulevellen

Gingen heel gauw naar de maan

En de klas, een gek geval

Die kreeg verder niemendal

JONG GELEERD, OUD GEDAAN
 

Twee honden had de grijze Valk

De jager uit het woud

Lord was een kleine, jonge schalk

Maar Hector al mooi oud

 

De kleine Frits, het jongste kind

Ging graag met beiden om

Maar Lord werd toch het meest bemind

'k Vertel je gauw waarom

 

Haast elke avond na de klas

Speelde onze Frits sergeant

Dan moest Lord lopen in de pas

En opstaan, heel parmant

 

Soms leerde hem de kleine guit

Wel eens beleefdheidsles

'n Pootje Lord, trek in, steek uit

Klonk dan de strenge les

 

Lord was een vlug en leerzaam dier

En vatte de kunst meteen

Frits had van hem heel veel plezier

En gaf hem menig been

 

Eerst dacht de kleine Frits, waarom

Zou 't Hector ook niet doen

Dat beest is danig stijf, maar kom

Ik leer hem wel fatsoen

 

Toen moest de ruige hond eraan

Opzitten Hector, vlug

Maar Hector kon niet blijven staan

Hij was te stram van rug

 

Wat, dreigde Frits, wil jij niet

Blijven staan, luister stijve Hec

Of ik haal een Spaanse riet

En strijk je langs je nek

 

Och, zuchtte toen het arme dier

Och, Frits wees niet zo stout

Graag leerde ik tot uw plezier

Was ik maar niet zo oud

 

Maar Frits, ik weet wat goeds voor u

Een lesje tot uw baat

Wil je iets Ieren doe het nu

Als je oud bent is ‘t te laat

JU, JU, PAARDJE
 

Ju, ju, paardje

Met je vlasserstaartje

Met je koperen voetjes

't Paardje loopt zo zoetjes

 

Wil je dan wat harder lopen

Dan zal ik 'n mandje haver kopen

't Paardje liep al op een draf