Terug

 

 

A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
IJ Z blanko

Zoeken

 

KLIK OP EEN TITEL OM TE OPENEN
KLIK NOGMAALS OM TE SLUITEN

K

KAATJE
 

Kaatje, ben je boven

Ja, juffrouw

'k Wil je wat beloven

Goed, juffrouw

Tien pond suiker

En zes flessen wijn

Dat doe je in een keteltje

Roer het met een lepeltje

O, wat zal dat lekker zijn

KALENDER
 

Dertig dagen heeft november

April, juni en september

De andere hebben dertig en één

Behalve februari alleen

Want die heeft er viermaal zeven

't Schrikkeljaar nog één daarneven

KATJE POESJENELLETJE
 

Katje poesjenelIetje

Waar ben je toch geweest

Jij hebt verbrand jouw velletje

Je was zo'n mooie beest

 

Foei poes, lelijke poes

En is het dan geen schande

Dat jij jouw mooie velletje

Zo lelijk gaat verbranden

KATJESSPEL
 

Heel de nacht was ‘t donkere hemel

Duizend vlokjes vielen neer

Weldra dekt het warmste kleedje

De aarde, voor 't koude winterweer

 

Dat was iets voor ‘t jonge volkje

IJlings naar 't besneeuwde veld

Sneeuwman rollen, sneeuwbal gooien

Koude handen niet geteld

 

De avond echter joeg het volkje

Van de sneeuw naar 't warme bed

Waar ‘t de hele nacht door droomde

Van de koude winterpret

 

't Sneeuwveld lag daar weder eenzaam

In de heldere schijn der maan

Maar, wat kwam daar voor een troepje

Ginder uit het dorpje aan

 

't Troepje kwam al dichter, dichter

Miauw, miauw, klonk ‘t over ‘t veld

Alle katjes uit het dorpje

Kwamen triptrip aangesneld

 

Tips en Troel en Moor en Truitje

Mieke-poes, ja weet ik wat

Zowel poes van 't armste vrouwtje

Als des burgemeesters kat

 

Een, twee, drie, aan ‘t ballen maken

Hoog al suizend door de lucht

Ballen raken, poesjes grauwen

Poesjes rollen, wat een klucht

 

Tips en Troel, hun poot vol ballen

Gooiden Trui pardoes in 't oor

Sacristie, wat 'n oorpijn, schreeuwt ze

Maar, ik zal je krijgen hoor

 

Deftig, als een koningin

Staat daar burgemeesters kat

Achter haar ‘t parapluutje open

Mij te raken, durf je dat

 

Ballen ploffen op haar scherm

Maar dat hindert haar niet, heus

Toch nieuwsgierig even loeren

Pats, een bal verplet haar neus

 

Ballen vliegen telkens verder

Komen steeds maar harder aan

Sommige poesjes worden nijdig

Hoe 't toen verder is gegaan

 

Ga je met een poesje spelen

Eerst is 't liefjes, o wat pret

Tot ze opeens haar valse nagels

In je kleine handjes zet

 

Zo ook hier die valse poesjes

Maakten ballen hard als steen

't Was geen spelen meer, maar vechten

Lieve tijd, waar moet dat heen

 

Wond op wonde werd geschoten

Ogen blind en neuzen plat

Hele oren, halve staarten

Vlogen rond, als 'k weet niet wat

 

't Werd op 't laatst een echte oorlog

Doden haast bij elke worp

Totdat er gesneuveld waren

Alle katjes van het dorp

 

Of het echt is wat ik vertelde

'k Vertelde maar wat Jantje zag

Toen hij, na dat winterdagje

Lekkertjes te dromen lag

KEESJE KOEK
 

Kees had van de koek gebeten

Koek met klontjes uit de kast

Moeder had hem toen verrast

En toen kreeg hij voor zijn broek

En nu heet hij Keesje Koek

KLAP IN DE HAND
 

Klap in de hand

Hallef zand

Koop een koe

Stukje lever toe

 

Stukje van de longen

Voor een zieke jongen

Een stukje van de pens

Voor de zieke mens

 

Een stukje van de lever

Voor de zieke wever

En een builtje vol met zand

Stop ik in hun hand

KLEIN DAATJE VRAAGT
 

Oma, is u een kindje geweest

Had u een papaatje en mamaatje

Vraagt er, geleund tegen oma's knie

't Aardige blondje, klein Daatje

 

Oma, is u een kindje geweest

Hield u van dansen en zingen

Sprong u graag touwtje, en oma, zeg

Deed u soms ook stoute dingen

 

Blondjes blauwe oogjes zien oma dan aan

't Hartje dat klopt vol verlangen

‘t Poezelig handje streelt 't zilvergrijs haar

Strijkt langs de rimpelige wangen

 

Oma, zeg, was u heus wel eens stout

Vraagt weer het kersenrood mondje

Oma die lacht tevree en knikt dan van ja

Ziet weer zichzelf als zo’n blondje

KLEIN KLEUTERTJE
 

Klein, klein kleutertje

Wat doe je in mijn hof

Je plukt er alle bloempjes af

Je maakt het veel te grof

 

Mamaatje die zal kijven

Papaatje die zal slaan

Lief kleutertje, lief kleutertje

Je moet naar school toe gaan

 

Ach, mijn lief mamaatje

Zeg 't niet aan papaatje

Ik zal zoet naar school toe gaan

En de bloempjes laten staan

KLEIN SOLDAATJE
 

Klein soldaatje, groot soldaatje

Mag ik niet passeren

En de klokke gaat

En de trommel slaat

En mijn vader, die is ook soldaat

KLEINE JAN
 

Een grote slaapmuts op het hoofd

Een paar pantoffels aan

En nog een knijpbril op mijn neus

Nu lijk ik, zei de kleine Jan

Net op een oude man

 

Zo zat hij op een hoge stoel

Een boek lag op zijn knie

Een ieder die voorbij hem kwam

Riep hij dan luidkeels toe:

Kom en zie, ik ken er toch al drie

 

Dit is een J, dit is 'n A

En hier is nog een N

Je ziet dus allemaal heel goed

Hoe wijs en hooggeleerd ik ben

Daar ik al drie letters ken

 

Hij lachte vrolijk voort en riep

Ik ben 'n oude heer

Maar door 't schommelen op z'n stoel

Viel Jantje van zijn stoeltje neer

En deed zich bitter zeer

 

Hij schreeuwde luidkeels moord en brand

Toen werd de grote man

Ineens een dreumes, o zo klein

En moeder zei: Nu zie je Jan

Dat je ook nog vallen kan

KLEPPERMARS
 

Hoor je wel mijn kleppers gaan

'k Heb 't toch geleerd

'k Kreeg 't bijna niet gedaan

Al maar geprobeerd

 

Klepper de klepper de klep klep klep

Klepper de klepper de klep klep klep

'k Ben zo blij, 'k ben zo blij, 'k ben zo blij dat ik ze heb

Klepper de klepper de klep klep klep

Klepper de klepper de klep klep klep

'k Ben zo blij, 'k ben zo blij, 'k ben zo blij dat ik ze heb

 

Moeder vindt het toch zo'n kruis

't Maakt zoveel kabaal

Al dat leven hier in huis

't Is heus een schandaal

 

Klepper de klepper de klep klep klep

Klepper de klepper de klep klep klep

'k Ben zo blij, 'k ben zo blij, 'k ben zo blij dat ik ze heb

Klepper de klepper de klep klep klep

Klepper de klepper de klep klep klep

'k Ben zo blij, 'k ben zo blij, 'k ben zo blij dat ik ze heb

 

Daarom ga ik maar op straat

Met mijn vriendje Piet

Heerlijk klepperen op de maat

Geen heeft dan verdriet

 

Klepper de klepper de klep klep klep

Klepper de klepper de klep klep klep

'k Ben zo blij, 'k ben zo blij, 'k ben zo blij dat ik ze heb

Klepper de klepper de klep klep klep

Klepper de klepper de klep klep klep

'k Ben zo blij, 'k ben zo blij, 'k ben zo blij dat ik ze heb

KLIKSPAAN, BOTERSPAAN
 

Klikspaan, boterspaan

Je mag niet door dat straatje gaan

Het hondje zal je bijten

Het poesje zal je krabbelen

KLOKKE ROELAND
 

Boven Gent rijst, eenzaam en grijs

't Oud Belfort, zinbeeld van 't verleden

Somber en groots, steeds stom en doods

Treurt d' oude reus op 't Gent van heden

 

Maar soms hij rilt en eensklaps gilt

Zijn bronzen stemme door de stede

Trilt in uw graf, trilt Gentse helden

Gij Jan Hyoens, gij Artevelden

 

Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand

En luide storm in Vlaanderenland

 

Een bont verschiet schept 't bronzen lied

Prachtig weertoverd mij voor de ogen

Mijn ziel erkent het oude Gent

't Volk komt gewapend toegevlogen

 

't Land is in nood, vrijheid of dood

De gilden komen aangetogen

'k Zie Jan Hyoens, 'k zie Artevelden

En stormend roept Roeland de helden

 

Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand

En luide storm in Vlaanderenland

 

O heldentolk, o reuzenvolk

O pracht en macht van vroeger dagen

O bronzen lied, 'k wete uw bedied

En ik versta 't verwijtend klagen

 

Doch wees getroost, zie 't oosten bloost

En Vlaand’rens zonne gaat aan 't dagen

Vlaand’ren de Leeuw! Tril, oude toren

En paar uw lied met onze koren

 

Zing: Ik ben Roeland, 'k kleppe brand

Luide triomf in Vlaanderenland

KLOP, KLOP, HAMERTJE I
 

Klop, klop, hamertje

Wie is er dood

't Oud versleten mannetje

De bakker met zijn brood

De brouwer met zijn bier

't Oud versleten mannetje

Komt nooit meer hier

KLOP, KLOP, HAMERTJE II
 

Klop, klop, hamertje

Wie zit er in dat kamertje

Een oud, grijs mannetje

Wat heeft die te koop

Naalden, spelden, garen en lint

Waar het oude mannetje

Z'n boterham mee wint

KOEN EN DE SCHOEN
 

Koen, maak je mijn schoen

Ja juffrouw, ik zal 't dadelijk doen

 

Koen, maak je 'm sterk

Ja juffrouw, dat is mijn dagelijks werk

 

Koen, is mijn schoen al klaar

Ja juffrouw, betaalt u maar

 

Koen, ik heb geen geld ontvangen

Nu, dan blijft uw schoen daar hangen

 

Want op klanten zonder geld

Daar ben ik niet op gesteld

 

Dag Koen

Dag juffrouw zonder schoen

KOM LAAT ONS EENS VERTELLEN
 

Kom laat ons eens vertellen

Van Lorretje de hond

Die liep er met de kousjes

De kamer in het rond

En had ik niet geroepen

Ach Lorretje, laat toch staan

Dan was ie met de kousjes

De kamer uitgegaan

KOM LIEVE KLEINE MEID
 

Kom lieve kleine meid, kom dans met mij

Geef me je kleine handjes allebei

Ik ben zo trots op mijn kleine vrouw

Wanneer ik jou in mijn armen hou

Een twee drie, een twee drie, hoplala

Een twee drie, een twee drie, hopsasa

Geloof me ik dans het liefst met jou

Omdat ik zo veel, ja zo veel van je hou

 

Hmmmmmm hmmmmmm hm hm hm

Hmmmmmm Hmmmmmm hm hm hm

Hmmmmmm Hmmmmmm hmmmmmm

Hmmmmmm Hmmmmmm hmmmmmm

 

Een twee drie, een twee drie, hoplala

Een twee drie, een twee drie, hopsasa

Geloof me ik dans het liefst met jou

Omdat ik zo veel, ja zo veel van je hou

 

Kom lieve kleine meid, kom dans met mij

Geef me je kleine handjes allebei

Ik ben zo trots op mijn kleine vrouw

Wanneer ik jou in mijn armen hou

Een twee drie, een twee drie, hoplala

Een twee drie, een twee drie, hopsasa

Geloof me ik dans het liefst met jou

Omdat ik zo veel, ja zo veel van je hou

KOM MEE NAAR BUITEN ALLEMAAL
 

Kom mee naar buiten allemaal

Dan zoeken wij de wielewaal

En horen wij die muzikant

Dan is de zomer weer in 't land

Diedeljo, klinkt zijn lied

Diedeljo, klinkt zijn lied

Diedeljo, en anders niet

 

Hij woont in 't dichte eikenbos

Gekleed in gouden vederdos

Daar jodelt hij op zijn schalmei

Tovert onze harten blij

Diedeljo, klinkt zijn lied

Diedeljo, klinkt zijn lied

Diedeljo, en anders niet

KOMT VRIENDEN IN HET RONDE
 

Komt vrienden in het ronde

Minnaars van ene stiel

Ik zal u gaan verkonden

Hoe ik door ‘t slijperswiel

De kost verdien voor vrouw en kind

Schoon blootgesteld aan weer en wind

Ter lierelom, ter la

Van linksom, rechtsom draait mijne steen

Door het roeren van mijn been

Ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju

 

De smid die moet hard werken

Gestadig voor het vier

Hij durft hem niet versterken

Met ene kan goed bier

Terwijl ik ga op mijn gemak

Soms ook wel met een lege zak

Ter lierelom, ter la

Van linksom, rechtsom draait mijne steen

Door het roeren van mijn been

Ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju

 

De schoenpik, stijf gezeten

Op enen pikkelstoel

Zou kaas en droog brood eten

Maar als ik nood gevoel

Dan slijp ik tot de avond toe

En zo heb ik nooit arremoe

Ter lierelom, ter la

Van linksom, rechtsom draait mijne steen

Door het roeren van mijn been

Ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju

 

De kleerfrik maakt ons kleren

Voor acht stuivers per dag

Wil hij zijn loon vermeren

Hij snijdt meer dan hij mag

Maar ik met mijne slijpersteen

Ik win meer op een uur alleen

Ter lierelom, ter la

Van linksom, rechtsom draait mijne steen

Door het roeren van mijn been

Ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju

 

De maalder moet graan malen

Tot in het fijnste meel

Hij moet dubbel betalen

Voor zijne droge keel

Maar ik door iever en door vlijt

Ik win mijn brood in eerlijkheid

Ter lierelom, ter la

Van linksom, rechtsom draait mijne steen

Door het roeren van mijn been

Ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju

 

Mijn vrouw die roept victoria

Over de slijperstiel

Zij vindt de grootste gloria

In 't draaien van mijn wiel

Mijn kinders hebben geen ongemak

Zij lopen met de bedelzak

Ter lierelom, ter la

Van linksom, rechtsom draait mijne steen

Door het roeren van mijn been

Ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju

 

Sa vrienden, voor het leste

AII' ambachten zijn goed

Maar 't mijn is toch het beste

Schoon ik soms slapen moet

Op hooi en strooi in ene stal

Ik heb de kost voor niemendal

Ter lierelom, ter la

Van linksom, rechtsom draait mijne steen

Door het roeren van mijn been

Ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju