Terug

 

 

A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
IJ Z blanko

Zoeken

 

KLIK OP EEN TITEL OM TE OPENEN
KLIK NOGMAALS OM TE SLUITEN

M

MANNETJE I
 

Er was een mannetje dat was niet wijs

Hij bouwde zijn huisje op het ijs

Toen 't begon te dooien, en niet te vriezen

Moest dat mannetje zijn huisje verliezen

MANNETJE II
 

Er was eens een mannetje dat was niet wijs

Hij bouwde zijn huisje al op het ijs

Hij sprak: O Heer, laat het altijd vriezen

Anders moet ik mijn huisje verliezen

Het huisje verzonk

En 't mannetje verdronk

MEDAILLE IN GOUD
 

De voerman Hein Joost had jaren geleden

Zijn dorpje verlaten, hij wou beter loon

En arbeid gezocht in grotere steden

Wat hij spoedig vond, bij een rijk patroon

 

En eindelijk, toen dertig jaar waren verstreken

En hij had gezwoegd en moe werd en oud

Kreeg hij voor zijn vlijt een fraai ereteken

Een kleine medaille in goud

 

Daarna kreeg Hein Joost toen slechtere dagen

Hij werd oud en stijf en zag niet meer goed

Toch werkte hij voort zonder morren of klagen

Al werd wit zijn haar, toch hield hij moed

 

Soms dacht ie wel eens: Mijn kans is verkeken

De jeugd dringt me weg, voor het werk word ik te oud

Toch was hij nog trots op zijn fraai ereteken

Die kleine medaille in goud

 

Daar zit hij van kou, 't is nacht, 't gaat vriezen

En op is 't weinige wat hij heeft gespaard

Hij zoekt dus een kroeg op, hij heeft niet te kiezen

En vraagt onderdanig een hoekje aan den haard

 

Doch daar schreeuwt men hem tegen: Wij kennen je streken

Zo, heb je geen geld, brandt voor niets hier 't hout

Nou geef voor logies maar je mooi ereteken

Die kleine medaille in goud

MEIMORGEN
 

Hela gij bloempjes, slaapt gij nu nog

Springt uit uw knopjes, haast u dan toch

't Zonnetje kijkt u al vlak in 't gezicht

Bloempjes ontwaakt toch, het is al zo licht

't Zonnetje kijkt u al vlak in 't gezicht

Bloempjes ontwaakt toch, het is al zo licht

 

Hela gij vogels, droom niet te lang

Hoog van de takken klinkt uw gezang

Mei is gekomen en heeft op het veld

Duizenden bloemen tentoongesteld

Mei is gekomen en heeft op het veld

Duizenden bloemen tentoongesteld

 

Hela gij kindje, vlug op de been

't Zonnetje schijnt al door 't vensterke heen

Vogels en bloemen, het wachten haast moe

Roepen het vrolijk goêmorgen u toe

Vogels en bloemen, het wachten haast moe

Roepen het vrolijk goêmorgen u toe

MEISJE LET OP JE ZAAK
 

Dapp're jongens, fiere strijders

Kwamen van heel ver naar hier

Zij zijn toch onze bevrijders

Gun hen dus ook wat plezier

 

Maar zoo menig 'Hollands meisje'

Gooide dra haar eer op straat

Voor 'n pakje cigaretten

Of 'n stukje chocolaad

 

Meisjes, die eens hevig bloosden

Als 'n jongen naar haar zag

Gaan nu flirten met de Tommy's

Heel gewoontjes nacht en dag

 

Voor 'n dansje en 'n glaasje

Of 'n blikje cornedbeef

Zegt zij nu tegen 'n Tommy

Jou heb ik vanavond lief

 

Vroeger lette je nauwkeurig

Op verschil van rang en stand

Weet jij wat zij achterlieten

In hun eigen vaderland

 

Velen hebben reeds gezinnen

Of 'n meisje dat hen acht

Weet je wat ze van jou denken

Heb je daar wel aan gedacht

 

Vrouwen, kinderen en verloofden

Wachten hen vol ongeduld

Maar jij tracht hen te verleiden

Op jou drukt 'n zware schuld

 

Neerlandsch meisje, was je vroeger

Om je netheid steeds bekend

Ga zoo door, dan maak je spoedig

Aan je goede naam 'n end

 

Velen die met Moffen heulden

Hebben daarvoor reeds gebrand

Meisje, ook gij zijt verraadster

Van de eer van Nederland

 

Menschen kwamen en zij gingen

Ook de Tommy gaat weer heen

Denk dan niet dat hij je meeneemt

Meisje, dan sta je weer alleen

 

Dan kijkt geen Nederlandsche jongen

Jou ook nog maar even aan

Wijl je hen om zoo te zeggen

In de kou hebt laten staan

 

Wees goed voor onze bevrijders

Op hen rust 'n zware taak

Maar bedenk: er zijn steeds grenzen

Meisje, let dus op je zaak

MEVROUW VAN ROOSENDAAL
 

En mevrouw Van Roosendaal

Die had vier ju, ju, juutjes

Een koetsier met blauwe rok

Met een rode kraag er op

En mevrouw Van Roosendaal

Die had vier ju, ju, juutjes

MIJN BRABANT
 

Brabant, ik zing van je groene gouwen

Goudgeel kleurt zich de hei met de brem

Heerlijk bloeien uw landouwen

Rijen zich langs bos en ven

D’ herder stouwt z'n blatende schaapkens

Langs de dreven ongerept

Vlug naar kooi als 't klokje

In de avondstilte klept

 

Dan moet ik zingen van mijn Brabant, waar toch eens mijn wiegske stond

Van ons volk gehecht aan zeden, dat bij strijd z'n menneke stond

Dan wil ik zingen van het liefste, wat ik ooit bezat op aard

Van m'n goeie Brabants moeke, trouwe ziel van huis en haard

 

Brabant, ik zal nooit de tijd vergeten

Dat ik als jungske 'n belleke trok

Schutje speulde, fijn gong repen

Schooide met de rommelpot

Ik zal nooit mijn aard verzaken

Rijk aan humor, geestig, raak

Vol van leut bij 't feesten

Thuis geleerd aan d' oude haard

 

Dan moet ik zingen van mijn Brabant, waar toch eens mijn wiegske stond

Van ons volk gehecht aan zeden, dat bij strijd z'n menneke stond

Dan wil ik zingen van het liefste, wat ik ooit bezat op aard

Van m'n goeie Brabants moeke, trouwe ziel van huis en haard

 

Brabants folklore zie ik weer bloeien

Straks roept de guld zijn mannen weer saam

Trommels roeren, vendels zwaaien

Hand- en kruisboog treden aan

Oh, blijf strijden, hoed mijn Brabant

Dien 't trouw naar vaad'ren aard

Handhaaf fier de rechten van de kerk

Koningin en Staat

 

Dan moet ik zingen van mijn Brabant, waar toch eens mijn wiegske stond

Van ons volk gehecht aan zeden, dat bij strijd z'n menneke stond

Dan wil ik zingen van het liefste, wat ik ooit bezat op aard

Van m'n goeie Brabants moeke, trouwe ziel van huis en haard

MIJN BROERTJE
 

Ik heb een lief klein broertje

Twee maanden is hij oud

De haren op zijn hoofdje

Die lijken wel van goud

 

Hij heeft nog heel geen tandjes

Maar eet haast meer dan ik

Wij noemen hem soms lachend

Ons botervlootje dik

MIJN ZUSJE
 

Ik heb een lief klein zusje

Een zusje, o zo zoet

Geef ik aan haar een kusje

Dat vindt ze altijd goed

 

Hoe lacht ze in de wagen

Als ik haar rij een poos

Maar wil ik haar gaan dragen

Dan kijkt ze vreselijk boos

MOEDER DE BEER IS LOS
 

Moeder, moeder, de beer is los

Hoor dat dier eens brullen

Snijd hem neus en oren af

Dan hebben we wat te smullen

MOET JE HOREN
 

Moet je horen, moet je horen

Op de toren, op de toren

Stond een haan met gouden veren

Dag aan dag te koketteren

 

En de dorpse kippenschaar

'k Denk zo'n duizend bij elkaar

Keek eerbiedig naar de top

Van die hanentoren op

 

Kieleka, zei een patrijsje

Zo'n lieftallig parelgrijsje

En een barnevelder zei

Van een stoer geslacht zijn wij

 

Ik respecteer de moed van die haan

Want hij staat bovenaan

Zo héél hoog en zo héél vrij

Hèm behoort de heerschappij

 

Jan de Wind, die hoorde dit

Jan, die steeds vol grappen zit

En hij zei tot Stormer Hein

Heintje, ‘t zou wel aardig zijn

 

Haalde jij die gouden haan

Tegen 't kerkpleintje aan

Goed, zei Hein, je krijgt je zin

En hij vloog de wereld in

 

Moet je horen, moet je horen

Daar woei die haan van de toren

En de kippenschaar had schik

Want die haan …… hij was van blik

MOOI ANNA ZAT OP MAJESTEIT
 

Mooi Anna zat op majesteit

Majesteit, majesteit

Mooi Anna zat op majesteit

Majesteit

 

Daar kwam haar lieve moeder aan

Moeder aan, moeder aan

Daar kwam haar lieve moeder aan

Moeder aan

 

Zeg Anna waarom ween jij zo

Ween jij zo, ween jij zo

Zeg Anna waarom ween jij zo

Ween jij zo

 

Omdat ik morgen sterven moet

Sterven moet, sterven moet

Omdat ik morgen sterven moet

Sterven moet

 

En wie heeft jou dat wijsgemaakt

Wijsgemaakt, wijsgemaakt

En wie heeft jou dat wijsgemaakt

Wijsgemaakt

 

Dat deed die boze Frederik

Frederik, Frederik

Dat deed die boze Frederik

Frederik

 

Daar kwam die boze Frederik aan

Frederik aan, Frederik aan

Daar kwam die boze Frederik aan

Frederik aan

 

Die heeft haar zomaar dood gedaan

Dood gedaan, dood gedaan

Die heeft haar zomaar dood gedaan

Dood gedaan

 

Nu wordt zij in een kistje gelegd

Kistje gelegd, kistje gelegd

Nu wordt zij in een kistje gelegd

Kistje gelegd

 

Zo wordt zij nu een engeltje

Engeltje, engeltje

Zo wordt zij nu een engeltje

Engeltje

 

Een engeltje met een B ervoor

B ervoor, B ervoor

Een engeltje met een B ervoor

B ervoor

MOOI IETJE-FIETJE
 

Mooi letje-Fietje trek je baljurk aan

Dan zullen wij samen naar het bal toe gaan

 

Nee mijnheer, ik dank u zeer

De polka is geen mode meer

 

Bovendien heb ik ene man

Die mij de polka Ieren kan